**1..** Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in:
artikel 8, eerste lid, sub a (realiseren van een natuurbeheertype op grond die functieverandering heeft ondergaan); en
artikel 8, eerste lid, sub b (realiseren van een landschapsbeheertype op grond die functieverandering heeft ondergaan);
bedraagt voor:
het binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) realiseren van (nieuwe) natuur, zijnde terreinen die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan 2025 zijn aangeduid als ‘te ontwikkelen natuur’, en het realiseren van (nieuwe) natuur binnen zoekgebied(en) te ontwikkelen natuur, zijnde terreinen die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan 2025 zijn aangeduid als ‘Te ontwikkelen natuur zoekgebied (Groene contour)’ en ‘Te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)’, en het realiseren van nieuwe natuur op gronden gelegen binnen de provincie Utrecht buiten de terreinen die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan 2025 zijn aangeduid als ‘Te ontwikkelen natuur’ 'Te ontwikkelen natuur zoekgebied (Groene contour)' en 'Te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)' die op grond van een ecologische onderbouwing en na advies van de Kopgroep Akkoord van Utrecht geschikt zijn om op voorzienbare termijn toe te voegen aan het Natuurnetwerk Nederland, € 3.000.000,-;
Het realiseren van bos buiten het NNN op terreinen die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan 2025 zijn aangeduid als ‘zoekgebied bos buiten NNN’, € 200.000,-.
**2..** Gelet op de eventuele beperkingen die kunnen gelden ten aanzien van percelen die onderdeel vormen van het zoekgebied bos buiten NNN op kaart 1 van het Natuurbeheerplan 2025, kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in lid 1, sub II, pas worden ingediend als die aanvraag vergezeld gaat van een positieve prétoets, uitgevoerd door de provincie Utrecht, omtrent de wenselijkheid, alsmede de efficiëntie en effectiviteit van de functieverandering.
**3..** Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in:
artikel 8, eerste lid, sub c (het verhogen van de natuurkwaliteit van het bestaand natuurbeheertype);
artikel 8, eerste lid, sub d (het omzetten van een bestaand natuurbeheertype naar een ander natuurbeheertype); en
artikel 8, eerste lid, sub e (het verhogen van de natuurkwaliteit van een habitattype);
bedraagt voor:
investeringen die:
uitvoering geven aan het actief soortenbeleid, zoals beschreven in de provinciale Natuurvisie en het daarbij behorende Supplement biodiversiteit; of
overige investeringen die de natuurkwaliteit van een bestaand natuurtype verhogen en/of die leiden tot omzetting van bestaand natuurbeheertype naar een ander natuurbeheertype, voor zover het een verhoging is van een natuurbeheertype conform het Natuurbeheerplan 2025 of conform het Supplement Realisatiestrategie natuurvisie, € 300.000, -;
investeringen gericht op de uitvoering van herstelmaatregelen, als onderdeel van een Natura 2000 beheerplan, € 1.000.000, -;
hydrologische maatregelen ten behoeve van kwaliteitsverbetering van natuurterreinen met grondwaterafhankelijke natuurbeheertypen, genoemd in bijlage 2, in gebieden die negatief beïnvloed worden door grondwateronttrekkingen, € 100.000, -.
investeringen die uitvoering geven aan de Specifieke Uitkering Programma natuur 2e fase, voor zover in overeenstemming met de subsidievoorwaarden van de SKNL
voor het N2000-gebied Oostelijke Vechtplassen € 4.750.000,- ;
voor het N2000-gebied Botshol € 1.600.000,- ;
voor het N2000-gebied Rijntakken € 550.000,- ;
voor het N2000-gebied Kolland & Overlangbroek € 250.000,- ;
voor het N2000-gebied Zouweboezem € 3.200.000,- ;
voor het N2000-gebied Uiterwaarden Lek € 1.180.000,- ;
voor het N2000-gebied Binnenveld € 1.320.000;
voor het N2000-gebied Lingegebied en Diefdijk Zuid € 1.050.000,- ;
voor revitalisering bossen op de Utrechtse Heuvelrug zoals afgebakend op kaart 6 van het Natuurbeheerplan 2025 voor de natuurbeheertypen vallend onder de natuurtypen N14 Vochtig bossen, N15 Droge bossen, N16 Bossen met productiefunctie en N17 Cultuurhistorische bossen € 1.200.000,-.
**4..** Onder investeringen die uitvoering geven aan de activiteiten genoemd onder lid 3, onder I., vallen niet investeringen die in hoofdzaak tot doel hebben de bestrijding van invasieve exoten en het uitvoeren van baggerwerk dat tot de taak van waterschappen dient te worden gerekend.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1
Artikel 9