De raad delegeert de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan aan het college indien het betreft:
Het opnemen van onherroepelijke vergunningen die in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend, ter voldoening aan artikel 4.17 Omgevingswet.
Bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten binnen de gestelde randvoorwaarden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Regels die voortvloeien uit instructieregels vanuit het Rijk en de provincie.
Het corrigeren van verschrijvingen en/of verkeerde verwijzingen.
Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten.
Het toevoegen of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben.
Artikel 1
Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan
Onderdeel van Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente Eindhoven