**1..** Schriftelijke vragen in de zin van artikel 155, eerste lid, artikel 169, derde lid, en artikel 180, derde lid, van de Gemeentewet worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of een schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
**2..** De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.
**3..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondeling beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende vergadering van de raad, direct na het vragenuur in de zin van artikel 30. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
**4..** De schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden en tevens geplaatst op de lijst van ingekomen stukken als bedoeld in artikel 17, voor de eerstvolgende vergadering.
**5..** De vragensteller kan bij mondelinge beantwoording nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord.
Hoofdstuk 6
Artikel 31
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad Waterland 2024