Naar hoofdinhoud
Een in Waalwijk woonachtige ouder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet Kinderopvang kan op grond van een SMI aanspraak maken op een financiële tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang voor (het) thuiswonende kind(eren) uit art. 3 indien vastgesteld is dat: één of meer lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperkingen van de ouder of het kind/de kinderen opvang van het kind of de kinderen noodzakelijk maken en eventuele ondersteuning door TWIJZ wordt aanvaard of kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het kind noodzakelijk is en andere voorzieningen of eigen netwerk geen passende oplossing kunnen bieden en de ouders blijk geven zich te zullen inspannen om gedurende de looptijd van de SMI de afhankelijkheid van de SMI te verkleinen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel