**1..** Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een inwoner aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.
**2..** Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet beëindigen, herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de inwoner niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen;
de maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten;
de inwoner niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of;
de inwoner de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt;
de inwoner is overleden.
**3..** Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
**4..** Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
**5..** Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
**6..** Als het college een beslissing op grond van artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, van de wet heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de inwoner opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de inwoner en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget.
**7..** De inwoner, die eigenaar of mede-eigenaar is van een woning en aan wie een woonvoorziening is toegekend, dient bij een verkoop van deze woning binnen de periode van 10 jaar na de toekenning van de maatwerkvoorziening:
deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden, en;
de kosten van de woonvoorziening, minus de bijdrage in de kosten, terug te betalen;
**8..** Het college kan nadere regels stellen voor de in het zevende lid bedoelde terugbetaling.