Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. 2.. Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder: Het college: het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Bergen (L); Norm: de bijstandsnorm (inclusief vakantietoeslag) als bedoeld in de Participatiewet; Gift: elke financiële bevoordeling uit vrijgevigheid van personen of instellingen. Kenmerkend voor een gift is dat er geen sprake is van een terugbetalingsverplichting en/of enige vorm van tegenprestatie of verplichtend karakter. Materiële schade: schade die direct in geld is uit te drukken. Bijvoorbeeld beschadiging van eigendommen, maar bijvoorbeeld ook misgelopen inkomen, medische kosten, reiskosten, huishoudelijke hulp, aanpassing aan woning of auto, enz. Immateriële schade: schade die niet direct in geld is uit te drukken (ook wel smartengeld genoemd). Bijvoorbeeld psychische-, emotionele- en geestelijke schade door pijn, verdriet of verminderde levensvreugde. Voertuig: auto, motor, bromfiets (waaronder ook wordt verstaan een fiets met elektrische trapondersteuning met een maximale snelheid tussen de 25 km per uur en de 45 km per uur (Speed Pedelec)), snorfiets, brommobiel en Motorrijtuig Met Beperkte Snelheid (MMBS). Co-ouderschap: wordt aanwezig geacht bij een 50-50 verdeling van zorg, opvoeding en omgang met het kind. Bijvoorbeeld bij beiden de helft van de week (minimaal 3 etmalen). Of een week bij de ene ouder en een week bij de andere ouder.

Rechtspraak bij dit artikel