Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Vrijlaten giften (B024)

Onderdeel van Beleidsregel middelentoets Participatiewet gemeente Bergen (L) 2024

1.. Giften voor bijzondere kosten & schulden: Giften worden niet als middelen voor de bijstand aangemerkt voor zover deze worden verstrekt voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verstrekt had kunnen worden. Giften worden niet als middelen voor de bijstand aangemerkt voor zover deze worden verstrekt voor noodzakelijke kosten dan wel uit medisch oogpunt wenselijke kosten. Dit voor zover de levensstandaard hierdoor niet wordt verhoogd. Giften van werkgevers ten behoeve van werknemers worden niet in aanmerking genomen als middel voor de bijstand, voor zover en in zoverre deze onbelast zijn. Giften in de vorm van verstrekkingen van de Voedselbank, kledingbank, speelgoedbank en dergelijke charitatieve instellingen worden niet als middel voor de bijstand beschouwd. Een gift die wordt verstrekt ter aflossing van een problematische schuld, ontstaan in een periode voor aanvang van de bijstandsverlening, wordt niet in aanmerking genomen als middel voor de bijstand. Een schuld is in ieder geval problematisch als op het moment van aanvang van de bijstandsverlening het vermogen negatief was en er een terugbetalingsverplichting rust op deze schulden, waarvan de termijn is overschreden. De giften als bedoeld in lid 1 sub a t/m e tellen niet mee voor de maximale bedragen als bedoeld in lid 3 sub a van dit artikel. 2.. Giften of geldleningen in afwachting van de afhandeling van de bijstandsaanvraag: Een gift of geldlening die wordt verstrekt in afwachting van de afhandeling van de bijstandsaanvraag en die niet meer bedraagt dan de voor belanghebbende geldende norm, wordt niet in aanmerking genomen als middel voor de bijstand. 3.. Andere giften: Giften worden niet tot de middelen voor de bijstand gerekend, voor zover de ontvangen giften niet meer bedragen dan € 1.200 per kalenderjaar. Als de uitkering gedurende het kalenderjaar is toegekend, geldt het bedrag van € 1.200 voor de periode vanaf datum toekenning tot en met 31 december van het betreffende kalenderjaar. Voor zover periodieke giften hoger zijn dan het in sub a genoemde bedrag, wordt het meerdere in beginsel als inkomen aangemerkt, maar blijft een specifieke afweging noodzakelijk om te beoordelen of de gift uit een oogpunt van bijstandsverlening toch verantwoord is. Onder ‘periodiek’ wordt verstaan: de ontvangst van twee of meer giften in een kalenderjaar. Voor zover een eenmalige gift hoger is dan het in sub a genoemde bedrag, wordt het meerdere in beginsel als inkomen aangemerkt, maar blijft een specifieke afweging noodzakelijk om te beoordelen of de gift uit een oogpunt van bijstandsverlening toch verantwoord is. Onder ‘eenmalig’ wordt verstaan: de ontvangst van één gift in een kalenderjaar; 4.. Giften zoals bedoeld in lid 1 sub c en d en giften van minder dan € 1.200 per kalenderjaar hoeven niet onverwijld uit eigen beweging gemeld te worden; 5.. Giften van meer dan € 1.200 per kalenderjaar dienen onverwijld en uit eigen beweging door belanghebbende gemeld te worden.

Rechtspraak bij dit artikel