Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3.

Vaststelling waarde woning, medewerking en kosten

Onderdeel van Beleidsregels Krediethypotheek Participatiewet Land van Cuijk 2024

1.. De geldlening bedraagt de waarde van de woning met bijbehorend erf, verminderd met de daarop rustende schulden en het vrij te laten deel, zoals aangegeven in artikel 34 lid 2 sub d Participatiewet. 2.. De waarde van de woning met bijbehorend erf wordt vastgesteld aan de hand van de meest recente WOZ-waardebeschikking die in het kader van de Wet waardering onroerende zaken jaarlijks aan de eigenaar wordt uitgereikt. 3.. Als de op grond van lid 2 bepaalde waarde van de woning niet in overeenstemming is met de huidige waarde van de woning, kan de waarde opnieuw worden bepaald door een erkend taxateur. 4.. Voor het vestigen van een krediethypotheek is de WOZ-waarde dan wel taxatiewaarde van de woning op het moment van aanvang bijstand bepalend. Tussentijdse stijgingen en/of dalingen van de WOZ-waarde of taxatiewaarde hebben geen consequenties. 5.. Kosten taxatie, de krediethypotheekakte en inschrijving van de krediethypotheek of de pandovereenkomst evenals bijkomende kosten komen ten laste van belanghebbende. Voor deze kosten kan bijzondere bijstand worden verleend, tenzij sprake is van redenen zoals bedoeld in artikel 48 lid 2 sub b van de wet. Bij het verstrekken van bijzondere bijstand voor deze kosten zal de bijzondere bijstand om niet worden verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel