**1..** De aflossing vangt aan op het moment van beëindiging van de bijstandverlening en vindt maandelijks plaats.
**2..** De verplichte aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende ten hoogste tien jaar.
**3..** Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van één jaar vastgesteld.
**4..** De gemeente stelt de maandelijkse betalingsverplichting van de inwoner vast op 5% van de geldende bijstandsnorm bij een inkomen tot 120% van die geldende bijstandsnorm.
**5..** Bij een inkomen boven 120% van de geldende bijstandsnorm wordt de maandelijkse betalingsverplichting van de inwoner vastgesteld op 5% van de geldende bijstandsnorm, plus 50% van het inkomen boven 120% van die geldende bijstandsnorm.
**6..** Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, stelt het college het maandbedrag van de aflossing voor een langere periode dan één jaar vast, dan wel wordt zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vastgesteld.
**7..** Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in het zesde lid kan rekening worden gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van belanghebbende komende, bijzondere bestaanskosten. Deze kunnen in mindering worden gebracht op het inkomen.
**8..** Indien belanghebbende tijdens de aflossingsperiode van tien jaar schuldig nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.
Hoofdstuk 3
Artikel 5.
Aflossing
Onderdeel van Beleidsregels Krediethypotheek Participatiewet Land van Cuijk 2024