**1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op
pensioenberekeningen over jaren gelegen tussen 31 december 1985
en 1 januari 1995.
**2.** Het pensioen wordt berekend over de pensioengrondslag. De
pensioengrondslag wordt gevormd door de laatstelijk als
wethouder genoten wedde inclusief vakantie-uitkering en de
eindjaarsuitkering, te verminderen met een bedrag als omschreven
in het vierde lid (franchise).
**3.** Ten aanzien van een wethouder die voor zijn bezoldiging geacht
wordt niet de volledige werkweek aan het ambt te besteden, wordt
onder wedde verstaan het tot een jaarbedrag herleide bedrag
waarvan die wedde is afgeleid.
**4.** De franchise, bedoeld in het tweede lid, bedraagt:
**5.** voor de gepensioneerde wethouder die voor de toepassing van de
Algemene Ouderdomswet als gehuwd wordt aangemerkt twintig
zevende maal het tot een jaarbedrag herleide bedrag waarop
ingevolge die wet recht bestaat of zou hebben bestaan indien hij
op grond van die wet verzekerd zou zijn geweest;
**6.** voor de gepensioneerde wethouder die voor de toepassing van de
Algemene Ouderdomswet als ongehuwd wordt aangemerkt tien zevende
maal het tot een jaarbedrag herleide bedrag waarop ingevolge die
wet recht bestaat of zou hebben bestaan indien hij grond van die
wet verzekerd zou zijn geweest.
**7.** In de in het vierde lid bedoelde bedragen is mede begrepen de
bruto vakantie-uitkering waarop ingevolge de Algemene
Ouderdomswet recht bestaat.
**8.** Wanneer de in het vierde lid bedoelde bedragen worden gewijzigd,
wordt de pensioengrondslag herberekend. Het herberekende
pensioen gaat, onverminderd artikel 22, tweede lid, in op
dezelfde dag als waarop bedoelde wijzigingen zich hebben
voorgedaan.
**9.** Behoudens het bepaalde in het achtste lid bedraagt het pensioen
voor ieder van de eerste vier voor pensioen tellende jaren als
wethouder 3,5 percent van de pensioengrondslag, en voor ieder
overig jaar als wethouder 1,75 percent van de pensioengrondslag,
in totaal tot een maximum van 70 percent van de
pensioengrondslag, aangepast naar de regelen, vastgesteld bij de
algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 157 van de
Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.
**10.** Indien recht bestaat op meer dan een pensioen, bedoeld in het
zevende lid, dan wel daarnaast recht bestaat op een of meer
pensioenen krachtens de tweede en derde afdeling van de Algemene
pensioenwet politieke ambtsdragers komen voor de toepassing van
de pensioenberekening naar 3,5 percent per dienstjaar in totaal
ten hoogste vier dienstjaren in aanmerking en wordt die
berekening voor zover mogelijk toegepast ten aanzien van het
pensioen, waarbij die berekening het hoogste bedrag oplevert, en
overigens ten aanzien van het andere pensioen of de andere
pensioenen in de volgorde van de hoogte van de wedden
berekeningsgrondslag of pensioengrondslagen. Voor vergelijking
van deze wedden, berekeningsgrondslag of pensioengrondslagen
worden deze zonodig aangepast aan de regelen, vastgesteld bij
algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 157 van
evengenoemde wet.
**11.** Het vierde en vijfde lid van artikel 18 zijn van overeenkomstige
toepassing.
**12.** Indien een pensioen wordt berekend zowel met toepassing van
artikel 18 als met toepassing van dit artikel, wordt in
afwijking van het zesde, zevende of achtste lid het percentage
van 70 percent verminderd met het percentage van het pensioen
dat eerst is berekend met toepassing van artikel 18.
Afdeling II › Hoofdstuk II
Artikel 19
Berekening van het eigen pensioen over tijd tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders