Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Uitvoering van M&O-beleid

Onderdeel van Beleidsnota Fraude, Integriteit en Misbruik & Oneigenlijk gebruik gemeente Veere

Misbruik en oneigenlijk gebruik gaan over het handelen door derden, organisaties of inwoners, maar het is aan ons om in de bedrijfsprocessen te borgen dat misbruik en oneigenlijk gebruik voorkomen wordt. Om uitvoering te geven aan het M&O-beleid, maken we onderscheid tussen zes verschillende processtappen die samen een PDCA-cyclus vormen: 1. Beleidsvoorbereiding: Bij het opstellen van regelingen zorgt de gemeente ervoor dat de kans op M&O gebruik geminimaliseerd wordt. 2. Regelgeving: Regelgeving biedt zo min mogelijk ruimte voor M&O gebruik. Dit doet de gemeente door in regelgeving heldere definities en een nauwkeurige omschrijving van doel en doelgroepen te geven en door rechten, plichten en voorwaarden op te nemen in de regelgeving. Het doel is om in de betreffende regelgeving ook op te nemen welke maatregelen of sancties er worden toegepast als M&O geconstateerd wordt. Ook in de beschikkingen wil de gemeente (indien mogelijk) naast de rechten, plichten, voorwaarden ook de mogelijke maatregelen of sancties opnemen als M&O wordt geconstateerd. 3. Beheersingsmaatregelen: M&O gebruik speelt met name bij die activiteiten waarbij de informatie van derden/belanghebbenden van groot belang is voor het verlenen of vaststellen van uitkeringen, subsidies, heffingen, belastingen en vergunningen. Om M&O gebruik te voorkomen, zijn in de processen preventieve beheersingsmaatregelen genomen om de door derden verstrekte informatie te toetsen op juistheid en volledigheid. Deze maatregelen vinden plaats vóór het moment van beschikken, betalen of ontvangen van een voorziening, vergunning of uitkering en zijn daarom preventieve maatregelen. 4. (Verbijzonderde) interne controle: zoals hierboven beschreven, zijn de belangrijkste beheersmaatregelen opgenomen in de dagelijkse uitvoering en de monitoring daarvan. Daarnaast wordt periodiek een extra toets uitgevoerd ten aanzien van de opzet, het bestaan en de werking van interne beheersmaatregelen ter voorkoming van M&O gebruik (= verbijzonderde interne controle). 5. Maatregelen en/of sancties: Als bij controles M&O gebruik wordt geconstateerd, dan worden er zo snel mogelijk maatregelen genomen om de onrechtmatige situatie te herstellen. Zo nodig volgt er een sanctie. De norm hierbij is dat tenminste het behaalde voordeel wordt weggenomen maar met aandacht voor de menselijk maat. De gemeente kan bijvoorbeeld te veel betaalde bedragen terugvorderen of ten onrechte gederfde ontvangsten naheffen. Eventueel kan overwogen worden niet-financiële sancties op te leggen, bijvoorbeeld het ontbinden van een overeenkomst of het intrekken van een erkenning. Maar de gemeente kan er ook voor kiezen om een uitzondering toe te passen vanwege de menselijke maat. Bij deze afweging zijn altijd 2 personen betrokken (4-ogen principe), wordt er een gedegen schriftelijke motivatie opgesteld waarin onder andere de risico’s worden afgewogen. Afhankelijk van de ernst van de situatie, wordt in voorkomende gevallen aangifte gedaan. Als er sprake is van een misdrijf, dan wordt er altijd aangifte gedaan. 6. Verantwoording: Bij de jaarrekening legt het college verantwoording af over de rechtmatigheid van de verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Verantwoording over M&O gebruik is hier onderdeel van. De raad stelt hierbij de verantwoordingsgrens en de rapporteringsgrens vast. Als er sprake is van M&O gebruik dat de verantwoordings- en rapporteringsgrens overschrijdt, dan geeft het college in het jaarverslag bij paragraaf bedrijfsvoering een nadere toelichting. 7. Evaluatie: De bevindingen en aanbevelingen die volgen uit de VIC en de verantwoording in de jaarstukken over de werking van de beheersingsmaatregelen om M&O gebruik te voorkomen, gebruiken we (waar nodig) om van te leren en het M&O-beleid verder te verbeteren.

Rechtspraak bij dit artikel