**1..** De bijdrage wordt toegekend onder de volgende voorschriften:
Binnen zes maanden na de datum van toekenning moet met het treffen van de voorzieningen een aanvang worden gemaakt;
de voorzieningen zijn gereed binnen twee jaar na de toekenning;
aan de door het college met controle belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen:
toegang wordt verleend tot het gebouwde onroerend goed;
inzage wordt verleend van de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;
de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens worden verstrekt;
de gelegenheid wordt gegeven tot het controleren van de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens;
de bescheiden en gegevens die nodig zijn voor de juiste toepassing van deze verordening, worden verstrekt;
de materialen die worden gebruikt bij de te treffen voorzieningen dienen duurzaam te zijn en voldoen aan de criteria van het omgevingsplan. Voor monumenten kan hiervan worden afgeweken als dit vanuit het belang van monumentenzorg noodzakelijk is;
bij het treffen van voorzieningen niet wordt gehandeld in strijd met de algehele (bouw)regelgeving;
het pand of object na het treffen van de voorzieningen voldoet aan wettelijke eisen van constructieve veiligheid en stabiliteit;
indien er sprake is van een monument, het monument na het treffen van de voorzieningen uit het oogpunt van monumentenzorg aan de eisen voldoet, dan wel een redelijke bijdrage levert aan het dorpsgezicht;
het pand of object na oplevering deugdelijk wordt onderhouden;
het pand of object niet wordt gesloopt of zonder voorafgaande vergunning van het college aan de bestemming of het gebruik wordt onttrokken;
niet eerder met een werk wordt begonnen dan nadat de eventueel vereiste vergunningen zijn verleend;
van elk gedaan archeologisch onderzoek dient een verslag te worden gemaakt en ter beschikking worden gesteld.
**2..** het college kan afwijken van de in het eerste lid, onder a, genoemde termijn.
**3..** het college kan afwijken van de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn waarbij de voorzieningen in fasen, doch uiterlijk binnen 4 jaren worden getroffen, mits in de eerste fase, zo nodig, ten minste de fundering wordt hersteld.