Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5

Toewijzing door middel van loting

Onderdeel van Beleidskader ‘Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) Oirschot 2024’

1.. De toewijzing van een individueel CPO-perceel binnen een CPO-plangebied aan een geïnteresseerde, geschiedt door middel van loting. 2.. De gemeente controleert voorafgaand aan de loting alle ontvangen inschrijvingen. Hierbij wordt getoetst of de geïnteresseerden voldoen aan de inschrijfvoorwaarden. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij een vooraf vastgestelde doelgroep. Een voorrangssituatie kan bijvoorbeeld aan geïnteresseerden worden gegeven op basis van leeftijd. Een voorrangssituatie kan als voorbeeld ook worden gegeven aan geïnteresseerden die een financiële scan aanleveren. Een financiële scan moet verstrekt zijn door een erkend financieel adviseur. Met de financiële scan moet een geïnteresseerde aan kunnen tonen dat de financiële positie van de geïnteresseerde gecontroleerd is en dat het financieel haalbaar is om lid te worden van het CPO-collectief, om vervolgens door middel van CPO een woning te ontwikkelen. De eventuele voorrangssituatie die kan worden verkregen, wordt per CPO-plangebied vastgesteld en wordt opgenomen in de in artikel 3 lid 2 onder g bedoelde van toepassing zijnde algemene of bijzondere verkoopvoorwaarden. Geïnteresseerden die zich hebben ingeschreven en voldoen aan de inschrijfvoorwaarden, zijn CPO-kandidaten. 3.. De loting vindt als volgt plaats: De loting wordt verricht door een lid van het college of een derde aangewezen persoon of partij. Een CPO-kandidaat dient persoonlijk aanwezig te zijn bij de loting of iemand te machtigen die op het moment van de loting aanwezig is. Als een CPO-kandidaat of diens gemachtigde niet aanwezig is, wordt deze CPO-kandidaat niet geregistreerd als CPO-ingelotene of reservekandidaat. Een CPO-kandidaat dient zich te kunnen legitimeren. Als een CPO-kandidaat gebruik maakt van een machtiging, dient de machtiging gericht te zijn aan de gemeente. De machtiging bevat de naam, de handtekening en een kopie van het legitimatiebewijs van de CPO-kandidaat en de gemachtigde. Ook dient op de machtiging aangegeven te worden dat de machtiging wordt verleend voor de loting van toewijzing van een individueel CPO-perceel binnen het betreffende CPO-plangebied. De machtiging dient door de gemachtigde getoond te worden aan de gemeente tijdens de loting en de gemachtigde dient zich te legitimeren. In het geval van een voorrangssituatie bij een vooraf vastgestelde doelgroep als omschreven in artikel 5 lid 2, worden de CPO-kandidaten verdeeld in één of meer groepen. De groep die volledig voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de voorrangssituatie, wordt als eerste geloot. Deze eerste loting wordt gevolgd door de loting van een opvolgende groep of opvolgende groepen. Vanaf het moment dat er evenveel CPO-kandidaten zijn ingeloot als dat er individuele CPO-percelen binnen het CPO-plangebied beschikbaar zijn, wordt iedere overige CPO-kandidaat rangordelijk ge-loot als reservekandidaat. 4.. Na de loting zijn alle CPO-ingelotenen samen het CPO-collectief in oprichting. De CPO-ingelotenen zijn vanaf dat moment CPO-leden. De CPO-leden zijn direct zelf verantwoordelijk voor het verdere proces. Dit proces omvat onder andere: het kiezen van een onafhankelijk begeleidingsbureau. Het CPO-collectief of CPO-collectief in oprichting wordt verplicht bijgestaan door een begeleidingsbureau en gaat hiervoor een overeenkomst aan met een begeleidingsbureau; het kiezen van een juridische entiteit voor het CPO-collectief of CPO-collectief in oprichting; het kiezen van een bestuur voor het CPO-collectief of CPO-collectief in oprichting; het toewijzen van individuele CPO-percelen, als dit nog niet tijdens de loting als omschreven in artikel 5 lid 1 is gedaan; het kiezen van een architect en (in een later stadium) mogelijk andere adviseurs en organisaties, zoals een bureau die bodemonderzoek uitvoert en een aannemer; het toewijzen van een individueel CPO-perceel bij het uitvallen van een CPO-lid uit het gevormde collectief. Hierbij geldt dat eerst de reservekandidaten benaderd moeten worden op volgorde van de loting. Op het moment dat er geen reservekandidaten meer zijn, is de situatie als omschreven in artikel 5 lid 5 van toepassing. 5.. Indien na de loting niet alle individuele CPO-percelen zijn toegewezen, wordt een resterend individueel CPO-perceel door het CPO-collectief toegewezen, op het moment dat er daarvoor een kandidaat is. Deze kandidaat dient wel te voldoen aan de inschrijfvoorwaarden. 6.. Daar waar een CPO-lid uitvalt of zich terugtrekt, maakt deze in een later stadium geen kans meer op toewijzing van een individueel CPO-perceel binnen het betreffende CPO-plangebied. In deze situaties worden allereerst de reservekandidaten benaderd. Als er geen reservekandidaten meer zijn, is het CPO-collectief of CPO-collectief in oprichting vrij in de keuze aan wie het beschikbare individuele CPO-perceel binnen het betreffende CPO-plangebied wordt toegewezen. De kandidaat dient wel (nog steeds) te voldoen aan de inschrijfvoorwaarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel