Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Randvoorwaarden en/of criteria

Onderdeel van Beleidsregel locatiekeuze inzamelvoorzieningen gemeente Voorst

Bereikbaarheid De inzamelvoorziening moet zowel voor de inzamelaar als voor de gebruikers voldoende bereikbaar en toegankelijk zijn. Vanuit de kant van de inzamelaar houdt dit minimaal in dat de inzamelvoorzieningen zo gesitueerd behoren te zijn dat het technisch mogelijk is deze te legen en op een zodanige wijze geleegd kan worden dat de inzamelwagen en/of de (ondergrondse) inzamelvoorziening geen objecten in de openbare ruimte (zoals bomen, lantaarnpalen, auto’s e.d.) of gebouwen (bijvoorbeeld muren, balkons, uitsteeksels aan gebouwen e.d.) raakt. Vanuit de kant van de gebruikers moeten de inzamelvoorzieningen makkelijk bereikbaar en toegankelijk zijn, ook voor ouderen en minder validen. Verkeersveiligheid De inzamelvoorziening moet zowel voor de inzamelaar als voor de gebruiker op een verkeersveilige wijze bereikt kunnen worden. Vanuit de kant van de inzamelaar houdt dit minimaal in dat de inzamelvoorziening veilig geleegd moet kunnen worden zonder dat hierdoor een gevaarlijke verkeerssituatie kan ontstaan. Vanuit de kant van de gebruiker betekent dit dat deze het afval kwijt moeten kunnen raken, zonder hiervoor verkeersonveilige handelingen te moeten verrichten. De locatie moet verder voldoen aan de eisen zoals gesteld door brandweer en politie alsmede de betrokken gemeentelijke afdelingen (o.a. de beheergroep). Ondergrondse obstakels Bij het bepalen van locaties wordt de ondergrond onderzocht op de aanwezigheid van obstakels. Het omleggen van kabels en leiding of riolering voor het plaatsen van ondergrondse containers is zeer onwenselijk en moet ook zoveel mogelijk worden vermeden. Hinder beperken en inpassing in de openbare ruimte Bij het bepalen van locaties wordt rekening gehouden dat de aanwezigheid, het gebruik en het legen van de container zo mín mogelijk hinder geeft voor omwonenden. De inzamelvoorzieningen worden zoveel mogelijk buiten haakse zichtlijnen ten opzichte van de gevel met woningen geplaatst, maar dit zal niet altijd mogelijk zijn. Het algemeen belang gaat ook hier uiteindelijk voor op het individuele belang. Met betrekking tot de afstand tussen een inzamelvoorziening en de gevel (lees: de naar de openbare ruimte gekeerde gevel met ramen) van een woning wordt in ieder geval een minimumafstand gehanteerd van drie meter. Voor andere zijden van een woning geldt dat de minimumafstand één meter kan bedragen, bijvoorbeeld als er geen (direct) uitzicht op de inzamelvoorziening is. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een blinde muur. Inzamelvoorzieningen worden in beginsel niet direct naast een kinderspeelplaats geplaatst. Inzamelvoorzieningen nabij parkeervakken worden, vanwege het straatbeeld, in beginsel in lijn met de parkeervakken geplaatst. Ruimtelijke kwaliteit Bij een locatiekeuze wordt stedenbouwkundig getoetst of de plek ruimtelijk verantwoord is en/of dat er aanvullende eisen nodig zijn, bijvoorbeeld een afscherming met een groenstrook. Ook zal nagegaan worden of er in het gebied al ontwikkelingen spelen (bijvoorbeeld nieuwbouwplannen) waarin de inzamelvoorziening kan worden ingepast. Bomen De container is zodanig gesitueerd dat er geen schade ontstaat aan bomen (kroon en wortels). De container wordt niet binnen de kroonprojectie van bestaande bomen geplaatst. Afhankelijk van de leeftijd of gezondheid van de boom, kan een afweging gemaakt worden om hiervan af te wijken. Bomen zullen alleen plaats moeten maken als er geen andere optie meer over is. Een inzamelvoorziening zal nooit ten koste gaan van waardevolle bomen en een aantasting van de groenstructuur dient te worden voorkomen. Eigendom De locatie is in gemeentelijk eigendom, zodat kosten voor grondverwerving worden vermeden.

Rechtspraak bij dit artikel