Naar hoofdinhoud
1.. Aan het dagelijks bestuur zijn in ieder geval de bevoegdheden in artikel 33b van de wet opgedragen: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet; te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 2.. Onverminderd het tweede lid, is het algemeen bestuur bevoegd, met inachtneming van artikel 33a van de wet, ook andere bevoegdheden over te dragen aan het dagelijks bestuur. 3.. Het dagelijks bestuur kan mandaat, en machtiging verlenen ter zake van de aan hem toekomende bevoegdheden.

Rechtspraak bij dit artikel