Naar hoofdinhoud
1.. Het algemeen bestuur stelt vast, of en wanneer het nodig is, dat het bedrijvenschap percelen van het gebied, bedoeld in artikel 2 lid 2, in eigendom verkrijgt. 2.. Indien een deelnemende gemeente de eigendom heeft van de desbetreffende percelen op het tijdstip, als bedoeld in het eerste lid, draagt zij die aan het bedrijvenschap over tegen een nader tussen hen overeen te komen vergoeding. 3.. Indien een deelnemende gemeente geen eigenaar van de desbetreffende percelen is, verricht het dagelijks bestuur van het bedrijvenschap al hetgeen ter verkrijging van de eigendom nodig is. 4.. Blijkt in een zodanig geval dat de eigendom slechts door middel van onteigening kan worden verkregen, dan kan het algemeen bestuur van het bedrijvenschap alle maatregelen nemen, die nodig zijn om via onteigening door het bedrijvenschap de eigendom van die percelen te verwerven. 5.. Het bestuur van het bedrijvenschap kan ook afzien van de hiervoor in lid 4 genoemde mogelijkheid en de grondgebiedgemeente verzoeken alle maatregelen te treffen die nodig zijn om de percelen te verwerven. Na verwerving wordt de grond overgedragen aan het bedrijvenschap op de wijze als hiervoor in lid 2 is voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel