Naar hoofdinhoud
1.. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2.. Indien de raden en colleges van de deelnemende gemeenten hebben besloten tot beëindiging, besluit het algemeen bestuur tot ontbinding en vereffening. Het algemeen bestuur stelt alsdan een liquidatieplan op, dat voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing van de regeling op de wijze en volgens de regelen als in de wet voorzien en met inachtneming van hetgeen hiervoor in artikel 27 is bepaald. De organen van het openbaar lichaam blijven in functie zolang dat voor de liquidatie is vereist. Het liquidatieplan behoeft de instemming van de raden van de deelnemende gemeenten. 3.. Geschillen over een liquidatieplan als bedoeld onder artikel 32 lid 2 worden beslecht overeenkomstig artikel 31. 4.. Indien een van de deelnemende gemeenten uit de regeling wenst te treden, geldt dat de regeling wordt beëindigd. Het bepaalde in leden 2 en 3 van dit artikel is van overeenkomstige toepassing. 5.. De regeling zal worden geëvalueerd binnen een jaar nadat de laatste gronduitgifte heeft plaats gehad of, indien dit eerder is, bij de beëindiging van de regeling. 6.. Nadat de laatste gronduitgifte heeft plaatsgevonden, geldt als uitgangspunt dat de regeling van kracht blijft zolang het resterende takenpakket naar de mening van het algemeen bestuur moet worden voortgezet. Indien het algemeen bestuur alsdan van mening is dat het resterende takenpakket niet moet worden voortgezet, worden de verplichtingen tot het opstellen van de halfjaarrapportage, de begroting en de jaarstukken als bedoeld in de artikelen 8 leden 2 en 3, 18 lid 4, 25 en 26 van de regeling, voor zover wettelijk mogelijk, beperkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel