Naar hoofdinhoud
4.1. Het college bekostigt het schoolvervoer naar de dichtstbijzijnde, toegankelijke school. 4.2. Indien de dichtstbijzijnde school niet toegankelijk is, dan blijft de leerling op de eerstvolgende dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de gehele schoolperiode. 4.3. Ouders zijn vrij om het kind naar de school van hun keuze te laten gaan, maar de vervoersvergoeding wordt beperkt tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school. De dichtstbijzijnde school is de school die ofwel in afstand de dichtstbijzijnde toegankelijke school is, ofwel de dichtstbijzijnde toegankelijke school binnen het samenwerkingsverband Noord- Limburg. 4.4. Er zijn een aantal redenen waarom een leerling naar een verder weggelegen school zou kunnen gaan waaronder: De dichtstbijzijnde school is niet toegankelijk. Ouder/ verzorger dient dit dan kenbaar te maken met een niet-toegankelijkheidsverklaring of er dient in de TLV een specifieke school benoemd te staan. Wanneer het vervoer naar een verder weggelegen school minder kosten met zich meebrengt. 4.5. Wanneer de ouders/leerling kiezen voor een verder weggelegen school en deze niet op grond van artikel 4.1 voor vergoeding in aanmerking komt, kan hij een tegemoetkoming krijgen. Deze bestaat dan uit een vergoeding van de kosten gebaseerd op de afstand tot aan de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Aangepast vervoer wordt niet toegekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel