Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de PW, IOAW, IAOZ en Bbz 2023. 2.. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Commerciële kamerbewoner: een persoon die een kamer huurt op commerciële basis, en die niet is een bloedverwant in de eerste of tweede graad van de hoofdbewoner. Van huren op commerciële basis is sprake als de woonsituatie voldoet aan het volgende: er is sprake van huur op contractbasis; en er is sprake van een commerciële relatie wat blijkt uit de aanwezigheid van een overeenkomst en betaling van een commerciële huurprijs; en het te huren deel van de woning is al dan niet samen met gemeenschappelijke ruimtes geschikt voor zelfstandige bewoning; en de kamerbewoner staat ingeschreven in de basisregistratie van de gemeente op het huuradres. Commerciële kostganger: een persoon die op commerciële basis inwoont, en die niet is een bloedverwant in de eerste en tweede graad en tevens bij de verhuurder de maaltijden gebruikt. De woonsituatie moet voldoen aan het volgende: er is sprake van een vergoeding op contractbasis; en er is sprake van een commerciële relatie, wat blijkt uit de aanwezigheid van een overeenkomst en betaling van een commerciële prijs; en de woning is geschikt voor inwoning en er is toestemming verleend door de eigenaar van het pand; en de kostganger staat ingeschreven in de basisregistratie van de gemeente op het huuradres. Commerciële prijs: hiervan is sprake als de huur, exclusief onder andere servicekosten, of vergoeding hoger is dan de basishuur zoals gebruikt bij de huurtoeslag; Co-ouderschap: de verdeling van zorg- en opvoedtaken van een minderjarig kind/kinderen. Beide ouders nemen een gelijkwaardig deel van de verzorging en opvoeding van hun kinderen voor hun rekening. Gehuwdennorm: de norm zoals bedoeld in de wet. Gift: een onverplichte betaling van geld of een op geld waardeerba(a)r(e) goed of dienst uit vrijgevigheid door een natuurlijke persoon of instelling; Hoofdbewoner: een belanghebbende die eigenaar of hoofdhuurder is van een woning en die in dezelfde woning hoofdverblijf; Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a PW. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. Mensen jonger dan 27 jaar tellen niet mee als mensen waarmee kosten gedeeld kunnen worden. Woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, PW; Woonkosten: als sprake is van een huurwoning: de op de aanvraagdatum van het lopende huurtoeslagtijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag inclusief servicekosten; als sprake van bewoning van een eigen woning: de tot een bedrag per maand omgerekende som ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten. Onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsaandeel van de onroerende zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering, en het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten; Indien een woonwagen of een woonschip wordt bewoond: kosten als bedoeld onder i of ii alsmede stageld, liggend of roerende zaakbelasting, in ieder geval niet zijnde energiekosten. Woonlasten: hetgeen in geld verschuldigd is voor het (mede)gebruik van voorzieningen, aanwezig in woonruimte waarin de belanghebbende woont, zoals energiekosten, water et cetera.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel