Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Vaststelling van het vermogen

Onderdeel van Beleidsregels Rechtmatigheid PW, IOAW/IAOW en Bbz gemeente Oisterwijk 2024

1.. Bij de bepaling van het vermogen zoals bepaald in artikel 34 PW laat het college auto’s en motoren, aanhangers en caravan en brom- en snorfietsen, scooters en brommobielen die ouder zijn dan 9 jaar buiten beschouwing, tenzij het een auto of motor betreft met een bijzondere dagwaarde; 2.. Bij het bepalen van de waarde van auto’s en motoren, aanhangers en caravans en brom- en snorfietsen, scooters en brommobielen, jonger dan 9 jaar of die met een bijzondere dagwaarde, hanteren we de dagwaarde (vervanging bij inruil particulieren) van de koerslijst ANWB. Tevens wordt een werkinstructie “Lijst met bijzondere automerken” aangewend om vast te stellen of het een bijzondere dagwaarde betreft. Deze lijst is niet uitputtend; 3.. Bij twijfel over de dagwaarde van een vervoersmiddel kan een onafhankelijke taxateur worden ingeschakeld; 4.. Bij auto’s en motoren die tot het vermogen worden gerekend, hanteren we een vrijlating van €3.000,00 in totaal. Indien belanghebbende(n) meer dan één vervoersmiddel (auto of motor) op zijn/hun naam heeft/hebben staan of ter beschikking heeft/hebben, geldt voor de overige vervoersmiddelen niet de vrijlating van €3.000,00. De vrijlating van €3.000,00 geldt voor maximaal één vervoermiddel; 5.. Volledige waarde van een uitvaartverzekering wordt niet meegenomen, ook niet wanneer deze afkoopbaar is. Wanneer belanghebbende beschikt over meerdere uitvaartverzekeringen, wordt de volledige afkoopwaarde van één verzekering wel meegenomen bij vaststelling van het vermogen. De afkoopwaarde van de hoogste ongespaarde uitvaartverzekering wordt niet meegenomen bij de eerste vaststelling van het vermogen; 6.. Bij co-ouderschap wordt de vermogensgrens bepaald door het gemiddelde te nemen van de vermogensgrens voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder (artikel 34 lid 3 PW).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel