**1..** Het bestuursorgaan is bevoegd de aanvraag binnen vier weken na ontvangst, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen, af te wijzen, indien de aanvraag kennelijk ongegrond is.
**2..** Binnen acht weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in lid 1 verstrekt het college aan een adviescommissie opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan lid 1 van dit artikel, dan wel artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht
**3..** Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden.
**4..** Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken:
degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en
als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij:
de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of
de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.
**5..** De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het tweede lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere leden van de adviescommissie bij het college indienen.
**6..** Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het vierde lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van één of meerdere leden van de adviescommissie.