Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding, zoals bedoeld artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers per jaar voor de werkzaamheden.
Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een maandelijkse toelage toegekend van €80,20.
Het bedrag in het eerste lid wordt jaarlijks aangepast in overeenstemming met het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, derde lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;
Als bijzondere commissie als bedoeld in het tweede lid worden aangemerkt:
De werkgeverscommissie.
Voor de toepassing van het tweede lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
Hoofdstuk II
Artikel 3
Toelage raadslid onderzoeks- en bijzondere commissie
Onderdeel van Verordening Rechtpositie Raads- en commissieleden gemeente Bergeijk 2024