Artikel 4.1
Als wordt geparkeerd bij parkeerapparatuur waarbij een betalingsbewijs wordt verstrekt, is de aangifte pas voltooid als het kenteken van het geparkeerde voertuig bij de betreffende parkeerautomaat is ingevoerd.
Artikel 4.2
In de situatie waarbij het niet mogelijk is een parkeerrecht bij een parkeerautomaat te kopen in verband met een defect of een storing van de automaat dient een dichtstbijzijnde andere parkeerautomaat opgezocht te worden. Het bij de dichtstbijzijnde andere parkeerautomaat gekochte parkeerrecht is geldig voor de locatie die betrekking heeft op de defecte parkeerautomaat.