Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3,
tweede, vierde en vijfde lid, en artikel
4 van overeenkomstige toepassing.
De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan de
bepalingen betreffende de monumentenverordening van de provincie
Noord Brabant.
De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
aangetekend.