Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 6:

Verplichtingen voor jongeren onder de 27 jaar

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie 2024 gemeente Oisterwijk

1.. Voor een jongere tot 27 jaar die een bijstandsuitkering heeft ingediend of zich heeft gemeld voor een bijstandsuitkering niet zijnde een jongere in kwetsbare positie, geldt de eerste vier weken de inspanningsverplichting om: zijn of haar mogelijkheden tot het terugkeren naar school te onderzoeken en zich voor een opleiding aan te melden, of, wanneer er sprake is van een jongere zoals bedoeld in het derde lid, zijn of haar mogelijkheden met betrekking tot arbeid te onderzoeken en te solliciteren naar algemeen geaccepteerde arbeid; gebruik te maken van dienstverlening van het Jongerenpunt Midden-Brabant, dat vervolgens een advies aan het college uitbrengt over de scholingsmogelijkheid van de jongere. 2.. De inspanningsverplichting zoals genoemd in het eerste lid is niet van toepassing als er zwaarwegende redenen bestaan in de individuele situatie van de belanghebbende, die ertoe leiden dat de belanghebbende niet in staat kan worden geacht aan de inspanningsverplichting te voldoen. 3.. Voor alle jongeren geldt de verplichting dat ze terug naar school gaan, tenzij terugkeer naar school redelijkerwijs niet van hen kan worden verwacht. Terugkeer naar school kan niet redelijkerwijs worden verwacht wanneer: het een jongere betreft die met een toereikende startkwalificatie (MBO 4 niveau of hoger), mits de afgeronde opleiding voldoende arbeidsmarktperspectief biedt; het studieadvies uitwijst dat het voor de jongere niet haalbaar is om terug naar school te gaan; er in de individuele situatie van de jongere zeer bijzondere omstandigheden bestaan die een reële belemmering vormen om terug naar school te gaan. 4.. In aanvulling op het derde lid geldt dat jongeren pas terug naar school kunnen vanaf het moment dat de opleidingen ook daadwerkelijk starten. 5.. In afwijking van het derde lid geldt dat een jongere die geen startkwalificatie heeft, wel het vermogen heeft om deze te halen, maar in beginsel geen of onvoldoende recht heeft op studiefinanciering, in beginsel niet terug naar school wordt geleid. 6.. De jongere die aangeeft niet terug naar school te kunnen, dient met bewijsstukken aan te tonen dat het volgen van een opleiding bekostigd door de Rijksoverheid niet mogelijk is. 7.. Als de jongere de benodigde bewijsstukken zoals bedoeld in het vijfde lid niet kan overleggen en dit niet verwijtbaar is, dan kan indien nodig een medisch – dan wel arbeidsdeskundig advies worden ingewonnen naar de belemmeringen van de jongere.

Rechtspraak bij dit artikel