** 1. .** Het college legt een maatregel op van 10% gedurende één maand bij het niet nakomen van de verplichting om op een gesprek bij de gemeente te verschijnen in het kader van de arbeidsinschakeling, re-integratie of sociale activering.
** 2. .** Het college legt een maatregel op van 20% gedurende één maand bij het onvoldoende nakomen van de verplichting, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, tot:
het naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, te aanvaarden en te behouden, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de wet;
het gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening waaronder begrepen sociale activering , gericht op arbeidsinschakeling, alsmede meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de wet;
het meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet;
het naar vermogen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, die door het college worden opgedragen en worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de wet.
** 3. .** Het college legt een maatregel op van 20% gedurende één maand bij het onvoldoende nakomen de nader aan de uitkering verbonden verplichtingen, als bedoeld in artikel 55 van de wet.
** 4. .** Het college legt een maatregel op van 20% gedurende één maand bij het niet nakomen van de verplichtingen, als bedoeld in artikel 55 van de wet.
** 5. .** Het college legt een maatregel op van 30% gedurende één maand bij het niet nakomen van de verplichting als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, tot:
het naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, te aanvaarden en te behouden, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de wet;
het gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de wet;
het meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet;
het naar vermogen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, die door het college worden opgedragen, die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c van de wet.
** 6. .** Indien een belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschiet in het besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, voorafgaande aan of tijdens de duur van de bijstandsuitkering, voor zover bijstandsafhankelijkheid redelijkerwijs was te voorzien en belanghebbende niet kan aantonen dat hij voldoende inspanningen heeft gepleegd om een uitkering te voorkomen, wordt de volgende maatregel opgelegd gedurende één maand, afgestemd op het benadelingsbedrag:
10% gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000 tot € 4.000;
20% gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000 tot € 4.000;
30% gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000 of hoger.
HOOFDSTUK 5
Artikel 5.1
Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Verordening maatregelen en handhaving participatiewet, IOAW en IOAZ Den Haag 2024