Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.5

Artikel 4.5.5

Procedure

Onderdeel van Nadere regels behorend bij Verordening Werken in de Openbare Ruimte Amsterdam (2024)

1.. De gemeente meldt voorgenomen gemeentelijke werkzaamheden, duidelijk omschreven en voorzien van duidelijke tekeningen, in een zo vroeg mogelijk stadium bij het Coördinatiestelsel en voert tijdig overleg over de consequenties met betrekking tot gedwongen verleggingen en eventuele alternatieven. 2.. Het aanmelden van werkzaamheden en het overleg gebeurt conform de procedures beschreven in hoofdstuk 3 (coördinatieproces). 3.. Ten behoeve van de wenstracéprocedure geeft de netbeheerder de gemeente goed inzicht in de ligginggegevens van de kabel- en leidinginfrastructuur. 4.. Gedurende de wenstracéprocedure geeft de netbeheerder aan de gemeente op basis van het gekozen alternatief een inschatting van de te verwachten werkelijke kosten van gedwongen verleggingen, zodanig dat de gemeente de te verwachten vergoeding voor de gedwongen verleggingen kan meenemen in de planvorming, (bestuurlijke) besluitvorming en voorbereiding van de gemeentelijke werkzaamheden. 5.. Bij deze kosteninschatting worden vermeld: het type kabel- en leidinginfrastructuur; de leeftijd van de kabel- en leidinginfrastructuur; de conform paragraaf 4.5.4. onderbouwde begrote/geraamde werkelijke kosten van de gedwongen verleggingen per type kabel- en leidinginfrastructuur (distributie, transport, gebouwde voorzieningen). 6.. Voor gemeentelijke werkzaamheden ten gevolge van stedebouwkundige plannen en/of ten behoeve van het bouwrijp maken van gronden en voor grote infrastructurele werkzaamheden geldt dat het overleg begint in het Planvormingsoverleg. De afspraken op basis van de behandeling in het Planvormingsoverleg worden overgenomen in de wenstracéprocedure. 7.. Voor overige werkzaamheden geldt dat het overleg begint bij de wenstracéprocedure. 8.. Voor alle gedwongen verleggingen geldt dat de wenstracéprocedure leidt tot het definitief vaststellen van de benodigde gedwongen verleggingen en van het nieuwe tracé na de gedwongen verlegging. 9.. Uitkomst van de wenstracéprocedure is het ontwerpvoorstel (zie artikelen 3.4.3.1 en 3.4.3.2) wat door de gemeente in behandeling wordt genomen en waar op basis hiervan een tracé-akkoord (ex artikel 1 onder s. verordening WIOR) wordt vastgesteld. 10.. Voorafgaand aan de vaststelling van het tracé-akkoord wordt tussen de gemeente en de kabel- en leidingbeheerder op basis van deze verlegregeling de begrote/geraamde kosten van de gedwongen verlegging en de mate van vergoeding hiervan door de gemeente vastgesteld. 11.. Het vaststellen van het Tracé-akkoord door de gemeente aan de kabel- en leidingbeheerder geldt als formeel verzoek tot verlegging. 12.. Indien de gemeente (een deel van) de gedwongen verlegging vergoedt, verstuurt de kabel- en leidingbeheerder naar aanleiding van het Tracé-akkoord de definitieve, conform paragraaf 4.5.4. onderbouwde kostenopgave aan de gemeente, waarna de gemeente hiervoor een betalingsopdracht verstrekt. 13.. Eventuele significante meerkosten komen slechts in aanmerking voor een vergoeding door de gemeente indien deze voordat ze zijn gemaakt door de kabel- en leidingbeheerder, aan de gemeente zijn gemeld en de gemeente hiermee schriftelijk akkoord is gegaan. 14.. Facturering en betaling vinden plaats middels de bij partijen algemeen gebruikelijke wijze.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel