Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2025

De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak. De heffingsmaatstaf is een bedrag dat afhankelijk is van de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20 van de Wet waardering onroerende zaken. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt met ingang van 1 januari 2025 0,16 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 350,00 en een maximumbedrag van € 1000,00 per kalenderjaar. Met ingang van 1 januari 2027 bedraagt het tarief van de reclamebelasting 0,17 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 400,00 en een maximumbedrag van € 1500,00 per kalenderjaar. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Rechtspraak bij dit artikel