Bebouwingscluster:
een vlakvormige verzameling van gebouwen, gesitueerd op meerdere bouwpercelen, bij een kruispunt van (vaar-)wegen in het landelijk gebied.
Bebouwingslint:
een lijnvormige verzameling van gebouwen, gesitueerd op meerdere bouwpercelen, langs een weg of vaart in het landelijk gebied met geringe afstanden tussen de bouwkavels.
Bestaand stedelijk gebied:
gebied dat op de kaarten behorende bij de geldende provinciale verordening is aangeduid als “bestaand stedelijk gebied”.
Bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de geldende bouwregels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
Verspreide bebouwing:
een losse groepering van verspreide, individuele bebouwing zonder een duidelijk herkenbare of afgebakende kern.
Woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.