Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Algemene bouwbepalingen

Onderdeel van Beleidsregel bouwen in de linten gemeente Westerveld

Incidenteel wordt de bouw van een enkele woning op onbebouwde agrarische gronden in een bebouwingslint in het buitengebied toegestaan onder de navolgende voorwaarden: a. Een nieuw bouwperceel voor een nieuwe woning in een bebouwingslint wordt toegevoegd, waarbij dit bebouwingslint uit minimaal 5 bestaande bouwpercelen aan een zijde van de weg (of vaart) bestaat, met op elk van deze bouwpercelen een bestaande, vergunde woning en waarbij dit bebouwingslint maximaal 1.000m lang is; b. Het nieuwe bouwperceel genoemd onder a alleen is toegestaan op onbebouwde agrarische grond (een open plek) gelegen tussen twee bestaande bouwpercelen in een bebouwingslint, waarbij deze open plek minimaal 50 meter en maximaal 100 meter breed mag zijn, gemeten van de buitengrenzen van de beide naastgelegen bestaande bouwpercelen; c. Op de onder lid b genoemde open plek in het bebouwingslint mag maximaal 1 nieuwe woning worden gerealiseerd; d. de breedte van het nieuwe bouwperceel maximaal 30 meter bedraagt; e. de breedte van het nieuwe bouwvlak maximaal 10 meter bedraagt; f. het nieuwe bouwperceel tussen bestaande bouwpercelen kan worden toegevoegd maar niet als ruimtelijke afronding (aan het begin of het einde) van een bebouwingslint; g. het nieuwe bouwperceel niet wordt gesitueerd op agrarische grond in een gebied met verspreide bebouwing of in een bebouwingscluster; h. sprake is van een significante verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, welke blijkt uit een investering op het nieuwe bouwperceel, op een naastgelegen aansluitend perceel of op een andere locatie elders in de gemeente Westerveld en voorziet in een oppervlakte van minimaal 0,5 ten behoeve van: • het aanleggen van nieuwe natuur en/of; • het aanleggen, versterken of herstellen van landschapselementen en/of ; • het herstellen van cultuurhistorische elementen en/of; • het beleefbaar en toegankelijk maken van natuur en landschap door de aanleg van wandel- en/of fietspaden. i. sprake is van een landschappelijke inpassing passend bij de gebiedskenmerken die zijn beschreven in de Nota Omgevingskwaliteit Westerveld (2024) en het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld (2010); j. de bouwstijl en volume van de nieuwe woning passend is in relatie tot de omliggende, bestaande woningen in het bebouwingslint; k. het plan past binnen het afwegingskader van de gemeentelijke woonvisie; l. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; m. aangetoond wordt dat een aanvraag omgevingsvergunning voor betreffende woning voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Rechtspraak bij dit artikel