De verwerking van persoonsgegevens inzake het gebruik van de
elektronische communicatiemiddelen heeft de volgende doeleinden:
het verkrijgen van inzicht in de mate van gebruik van de
elektronische communicatiemiddelen;
het voorkomen van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik
van de elektronische communicatiemiddelen.
De omvang van de controle ter voorkoming van onrechtmatig
gebruik, dan wel misbruik van de elektronische
communicatiemiddelen als bedoeld in het eerste lid sub b, wordt
zo beperkt mogelijk gehouden, in die zin dat deze in redelijke
verhouding staat tot het doel waarvoor deze wordt
aangewend.