Wanneer een meerderjarig lid van het gezin gaat werken vervalt het recht op leefgeld van alle gezinsleden.
Wanneer een meerderjarig lid van het gezin gaat werken en het inkomen is minder dan het beschikte leefgeld bedrag dan is het aan het gezin om bewijslast aan te dragen zodat het leefgeld wordt aangepast.
Het herrekende leefgeldbedrag uit 7.2 wordt verrekend met ingang van de 1e dag van de volgende kalendermaand.
Er vindt een verrekening plaats indien vooraf bekend is wanneer iemand in de komende maand gaat werken. Er wordt dan leefgeld betaald tot aan de dag waarop het betaalde werk aanvangt.
Er wordt uitgegaan van het netto-inkomen uit werk. Bij een eventuele verrekening worden vakantiegeld of eventuele eindejaarsuitkeringen niet meegerekend met uitzondering van de maand waarin de vergoeding plaatsvindt.
De Openbaar Vervoer vergoeding van minderjarige kinderen in het voortgezet onderwijs stopt zodra er geen recht meer is op leefgeld.
Artikel 7
De leefgeldregeling en werk
Onderdeel van Beleidsregels regeling particuliere opvang ontheemden Oekraïne gemeente West Maas en Waal 2024