Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Giften met een specifieke bestemming

Onderdeel van Beleidsregels vrijlating van giften gemeente Neder-Betuwe 2024

1.. Giften expliciet bestemd voor een bepaald doel, niet zijnde algemeen noodzakelijke kosten van bestaan, worden afhankelijk van het soort doel en ongeacht de frequentie vrijgelaten volgens onderstaande uitgangspunten: Giften bestemd voor uitgaven die niet noodzakelijk zijn, worden vrijgelaten overeenkomstig artikel 2; Giften bestemd voor de aflossing van een schuld worden vrijgelaten overeenkomstig artikel 2, met dien verstande dat hiervan kan worden afgeweken ten gunste van belanghebbende als schuldhulpverlening, bewindvoering of een traject met een soortgelijk doel wordt ingezet; Giften bestemd voor de aanschaf van een auto worden per periode van 36 maanden vrijgelaten tot een bedrag € 2.500; Een gift in natura bestaande uit een auto wordt per periode van 36 maanden vrijgelaten als de waarde van de auto niet meer dan € 2.500 bedraagt; Giften bestemd voor noodzakelijk te achten medische kosten, met uitzondering van de zorgpremie en het eigen risico, worden geheel vrijgelaten; Giften bestemd voor een doel dat bijdraagt aan de arbeidsinschakeling/re-integratie worden geheel vrijlaten, indien het de arbeidsinschakeling of re-integratie niet belemmert; Giften bestemd voor een doel waarvoor men anders een beroep zou doen op bijzondere bijstand of een voorliggende voorziening, dan wel die bijdragen aan zinvolle participatie aan de samenleving, worden vrijgelaten op basis van een individuele beoordeling van de omstandigheden van het geval. Giften ten bate van energiebesparende en/of klimaat adaptieve maatregelen en duurzame energieopwekking in, aan en rondom de woning worden vrijgelaten, indien deze binnen 12 maanden met dit doel worden ingezet, of indien deze in natura zijn verstrekt. 2.. Indien de gift bedoeld onder c meer bedraagt dan de toepasselijke vrijlating, wordt het bedrag boven de vrijlating in afwijking van artikel 2, tweede en derde lid, aangemerkt als vermogen. 3.. De besteding van een gift als bedoeld in dit artikel moet worden aangetoond door middel van betaalbewijzen, bankafschriften e.d.. 4.. Indien de gift voor een specifieke bestemming is ontvangen, maar niet voor die specifieke bestemming is aangewend, wordt het bedrag aangemerkt als vrij te besteden en vrijgelaten overeenkomstig artikel 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel