Redenen voor een briefadres zijn:
het ontbreken van een woonadres (artikel 2.39, lid 3 Wet BRP) bij:
dak- of thuisloosheid;
korte overbrugging tussen twee woonadressen;
de uitoefening van een ambulant beroep;
kort verblijf in het buitenland voor minder dan acht maanden gedurende een jaar;
korter dan 2 jaar verblijf in het buitenland én beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft;
een langdurig vermiste persoon;
verblijf in een tijdelijk onderkomen zonder vaste stand- of ligplaats;
een recente ontruiming van de woning op het adres waarop betrokkene in de BRP is ingeschreven
verblijf in een instelling:
voor opvang van mannen of vrouwen (waaronder mede bedoeld blijf-van-mijn-lijfhuizen);
als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 Wet BRP;
verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 Wet BRP);
het voorkomen van schrijnende situaties, waarbij inzet of voortzetting van hulpverlening noodzakelijk is, onder voorwaarden dat:
er sprake is van één of meer sociaal-maatschappelijke problemen;
de maatwerkoplossing er op gericht is om de persoon de kans te geven zijn leven ‘op de rit’ te krijgen, en
de persoon instemt met of al voldoet aan de voorwaarden van het hulpverleningstraject.
Het is niet mogelijk om in de BRP met een briefadres geregistreerd te worden als een van de redenen genoemd in de leden 1 t/m 4 ontbreekt.
De volgende situaties zijn in elk geval geen reden om in aanmerking te komen voor een briefadres:
het feitelijke woonadres heeft in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) een ander gebruiksdoel dan "woonfunctie" of een andere pandstatus dan "in gebruik";
BRP registratie met het feitelijke woonadres is in strijd met een privaatrechtelijke huur- of koopovereenkomst en/of toestemming van de eigenaar/beheerder ontbreekt.