Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Hoogte subsidie peuteropvang en VE

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Hardinxveld-Giessendam 2024

Het college stelt jaarlijks het subsidiabel uurtarief voor Voorschoolse Educatie vast op basis van; het fiscaal maximum voor kinderopvangtoeslag, vastgesteld door de Belastingdienst; een opslag per uur voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen en de door het college gehanteerde bovenwettelijke kwaliteitseisen voor Voorschoolse Educatie. Subsidie voor voorschoolse educatie wordt verleend: per peuter op een reguliere peuterplaats van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: maximaal 8 uren per week gedurende 40 weken per jaar maal het landelijk maximum uurtarief minus de gefactureerde ouderbijdrage over deze uren; per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: 16 uren per week gedurende 40 weken per jaar maal het landelijk maximum uurtarief minus de gefactureerde ouderbijdrage over 8 uren per week en 40 weken per jaar; per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats van ouders met recht op kinderopvangtoeslag: 8 uren per week gedurende 40 weken per jaar maal het landelijk maximum uurtarief; ouders nemen aanvullend nog ten minste 8 uren per week gedurende 40 weken per jaar af, waarover zij kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen; per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats: een aanvullende subsidie in de vorm van een VE opplus; per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats op 1 januari van het subsidiejaar: een aanvullende subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE voor netto 10 uren per jaar. Deze inzet wordt gerealiseerd in werkelijk ingezette uren en niet in contracturen. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met afwezigheid door vakantie-, verlof- en feestdagen. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van het aantal uren dat een peuter van de opvang gebruik heeft gemaakt en het geldende uurtarief als bedoeld in lid 1. Er geldt een maximum van 960 subsidiabele uren per peuter gedurende anderhalf jaar. Voor peuters zonder VVE-indicatie geldt dat de kosten voor VE-peuteropvang, per peuter, in anderhalf jaar voor maximaal 480 uur subsidiabel zijn, verdeeld over minimaal 2 dagdelen per week. Voor peuters met VVE-indicatie geldt dat de kosten voor VE Peuteropvang, per peuter, in anderhalf jaar voor maximaal 960 uur subsidiabel zijn, verdeeld over minimaal 3 dagdelen per week. Zonder VVE indicatie VVE indicatie met recht op kinderopvangtoeslag ouderbijdrage: uren die zij afnemen x landelijk maximum uurtarief gemeentesubsidie: geen ouderbijdrage: ten minste 320 uur per jaar x landelijk maximum uurtarief gemeentesubsidie: 320 uren per jaar x landelijk maximum uurtarief + VE opplus + subsidie inzet PBM’er VE* zonder recht op kinderopvangtoeslag ouderbijdrage: uren die zij afnemen (maximaal 320 uren per jaar) o.b.v. de VNG-adviestabel gemeentesubsidie: uren die zij afnemen (maximaal 320 uren per jaar) x landelijk maximum uurtarief minus de gefactureerde ouderbijdrage over deze uren ouderbijdrage: 320 uren per jaar o.b.v. de VNG-adviestabel gemeentesubsidie: 640 uur per jaar x landelijk maximum uurtarief minus de gefactureerde ouderbijdrage over 320 uren + VE opplus + subsidie inzet PBM’er VE* * subsidie inzet pedagogisch medewerker VE wordt gebaseerd op aantal doelgroeppeuters per 1 januari van betreffende jaar

Rechtspraak bij dit artikel