Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 12.

Kwijtschelding (geen schending inlichtingenplicht)

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, invordering en kwijtschelding Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Neder-Betuwe 2024

1.. Als de vordering niet is ontstaan door schending van de inlichtingenplicht, dan verleent het college ambtshalve kwijtschelding van (het restant van de) vordering in de volgende situaties: de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering ten minste 36 maanden aan of ten behoeve van ons afgelost conform de aflosverplichting; of de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering niet ten minste 36 maanden aan of ten behoeve van ons op de vordering afgelost conform de aflosverplichting, maar heeft het achterstallige bedrag over die periode alsnog volledig voldaan; of de debiteur heeft sinds de vaststelling van de vordering niet ten minste 36 maanden aan of ten behoeve van ons op de vordering afgelost conform de aflosverplichting en het is niet aannemelijk dat hij op enig moment alsnog aan de aflosverplichting zal gaan voldoen. 2.. Het college kan op verzoek kwijtschelding verlenen van (het restant van de) vordering, als de debiteur een bedrag gelijk aan ten minste 50% van de (restant)vordering in een keer heeft afgelost. 3.. Bij de toepassing van het bepaalde in lid 1 onder c worden perioden waarin de debiteur niet aan zijn aflosverplichting heeft voldaan wegens verblijf in detentie of verblijf in het buitenland, niet meegeteld bij het bepalen van de 36-maandentermijn. Hetzelfde geldt voor de debiteur die in de BRP geregistreerd is als ‘vertrokken onbekend waarheen (VOW)’ en van wie geen woon- of verblijfplaats bekend is. 3.. Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van een vordering die door pand of hypotheek op een of meer goederen is gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden.

Rechtspraak bij dit artikel