Naar hoofdinhoud
1.. Het college maakt in alle gevallen gebruik van de bevoegdheid tot verrekening zoals bedoeld in artikel 58 lid 4 van de Pw, artikel 25 lid 4 van de IOAW en artikel 25 lid 4 van de IOAZ, zolang het gaat om onomstreden middelen. Dit zijn middelen die op basis van bewijstukken duidelijk zijn. 2.. Het college neemt voorafgaand aan verrekening als bedoeld in lid 1 in alle gevallen contact op met de bijstandsgerechtigde om de wijze van verrekening aan te kondigen en/of te bespreken. 3.. Uitgangspunt is dat de ontvangen middelen volledig worden verrekend. Afhankelijk van de hoogte van de verrekening en de impact ervan, benutten wij de maximaal toegestane wettelijke periode voor verrekening. 4.. Als er na de maximaal toegestane periode van verrekening nog een bedrag overblijft van € 250,= of minder dat niet meer kan worden verrekend, dan ziet het college af van herziening of intrekking van het recht op bijstand en van terugvordering van het restant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel