**1..** De inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder n en r, Pw, artikel 8, tweede en vijfde lid, IOAW en artikel 9, derde en negende lid, IOAZ draagt naar oordeel van het college bij aan de arbeidsinschakeling als:
een werkzoekende bij aanvang van de uitkeringsperiode geen inkomsten uit arbeid had en tijdens de uitkeringsperiode gaat werken;
een werkzoekende bij aanvang van de uitkeringsperiode al parttime werk had en de werkzaamheden structureel worden uitgebreid met minimaal 5 uur per week.
**2..** In de situatie bedoeld in lid 1 onder b geldt de inkomstenvrijlating voor de totale inkomsten uit arbeid vanaf het moment dat de urenuitbreiding plaatsvindt.
**3..** De inkomstenvrijlating geldt ook bij:
doorbetaling van loon tijdens ziekte, ongeacht wie dit betaalt;
een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling.
**4..** Het college stelt het recht op inkomstenvrijlating op eigen initiatief vast en passen deze toe met ingang van de eerste maand waarin de werkzoekende inkomsten uit arbeid heeft of de eerste van de maand waarin de werkzaamheden structureel worden uitgebreid
**5..** De inkomstenvrijlating wordt gedurende een periode van 6 maanden aaneengesloten toegepast. Als er tussentijds maanden zijn waarin geen inkomsten uit arbeid worden verkregen, dan wordt de vrijlating over die maanden opgeschort.
**6..** Het recht op inkomstenvrijlating bestaat één keer per bijstandsperiode. Bij een onderbreking van het recht op bijstand van ten minste 30 dagen is sprake van een nieuwe bijstandsperiode.
Hoofdstuk 2.
Artikel 13.
Reguliere inkomstenvrijlating
Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Neder-Betuwe 2024