Naar hoofdinhoud

Artikel 1.4

Uitdagingen en ontwikkelingen

Onderdeel van Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2025-2029

Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. Onder andere het omgaan met onder andere watertekort, wateroverlast, de energie-/ warmtetransitie, de woningbouwopgave, circulair materiaalgebruik, drinkwaterreductie, waterkwaliteit en gegevensbeheer beïnvloeden het werkveld voor water en riolering. De belangrijkste beschrijven we in het navolgende en vormen de basis voor de speerpunten voor de planperiode 2025-2029. Klimaatadaptatie Het klimaat verandert en leidt tot meer extremen. Het wordt natter, droger en warmer. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moeten de neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. De grondwatervoorraad moet voldoende zijn om langdurig droge perioden te kunnen overbruggen zonder dat dit tot grondwateroverlast leidt. Het besef is er dat extreme buien niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen zijn op te vangen, maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is. We zullen in het kader van klimaatadaptatie een afweging moeten maken tussen het accepteren of beperken van schade door wateroverlast bij extreme buien. Afbeelding 2: buien worden heviger door klimaatverandering Met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) hebben alle overheden afspraken gemaakt om als Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn ingericht. Hierdoor ontstaan nog meer dan voorheen raakvlakken met andere beleidsvelden die bijdragen aan de ruimtelijke inrichting: groen, weg en nieuwbouwplannen. Daarnaast hebben 13 Brabantse (water)partijen een Grondwaterconvenant 2021-2027 gesloten om samen te werken aan herstel en bewaking van de grondwaterbalans in Brabant. Het doel van het convenant is om water beter vast te houden, grondwatergebruik te verminderen en tijdens wateroverlast of droogte sneller te kunnen handelen om overlast/schade te beperken. In 2022 bracht de adviescommissie Droogte met het rapport “Zonder water, geen later” voorstellen uit voor de aanpak van droogte in Brabant. De acties uit het Grondwaterconvenant (korte termijn tot 2027) en het adviesrapport (gericht op lange termijn 2040) zijn gecombineerd tot een Droogteagenda 2040 voor Brabant. Bij de Droogteagenda zijn voor het stedelijk gebied ook gemeenten betrokken. Naast de zorgplicht grondwater hebben gemeenten ook een rol in de regionale droogteopgave. Op landelijk niveau wordt het principe Water en Bodem Sturend uitgewerkt. In dit kader worden concrete, sturende en verstrekkende keuzes gemaakt voor ruimtelijke ordening. Hiermee creëren we in Nederland ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Ook bouwen we dan minder snel op plaatsen die later nodig zijn voor het bergen en afvoeren van water. Er komen afspraken om de bodem minder te bedekken en het grondwaterpeil waar mogelijk te verhogen. Het streven is dat bedrijven en inwoners 20% minder drinkwater gaan gebruiken. Ook krijgt de ‘Landelijke maatlat groene en klimaat adaptieve gebouwde omgeving’ een plek. Waar raakvlak bestaat met dit VGRP, borgen we deze principes in ons beleid. Grondstoffen en circulariteit Wereldwijd worden grondstoffen schaarser of raken zelfs helemaal uitgeput. Dit betekent onder meer dat de Nederlandse energiehuishouding duurzamer en minder afhankelijk van eindige fossiele brandstoffen moet worden. Afvalwater en reststromen worden daardoor steeds waardevoller en de terugwinning van energie en grondstoffen vanuit de riolering is een groeiende ontwikkeling. Zo kan warmte worden teruggewonnen door middel van riothermie. Maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, de woningbouwopgave en circulair materiaalgebruik vragen om een integrale aanpak. De energietransitie en mogelijk toekomstige conflicten in ruimtegebrek zijn grote uitdagingen waar we voor staan. Afbeelding 3: Rioolwaterzuiveringen worden energie- en grondstoffenfabrieken (rwzi Eindhoven, bron: Waterschap de Dommel) Energietransitie De openbare ruimte gaat mede als gevolg van de energietransitie veranderen. Zo zal met de verandering naar een aardgas loze samenleving een nieuwe ondergrondse energie-infrastructuur ontstaan, waarbij ook afvalwater steeds meer leverancier wordt van energie en grondstoffen. Met het ontkoppelen van gasleidingen en de (mogelijke) aanleg van ondergrondse warmwaterleidingen gaat de straat open. Dit biedt kansen om de onder- en bovengrondse infrastructuur kostenefficiënt te vernieuwen en samen meerwaarde te creëren. Participatie en bewustzijn We kunnen de gebouwde omgeving niet in één keer klimaatbestendig en water robuust maken. Daarom werken we in Bergeijk integraal en gebiedsgericht aan onze opgaven en koppelen mee met ruimtelijke ontwikkelingen. Op deze wijze lossen we niet alleen (potentiële) problemen op maar verhogen we ook de leefbaarheid van de omgeving. Aangezien meer dan vijftig procent van de gebouwde omgeving in handen is van particulieren/ private partijen, ligt het voor de hand om gezamenlijk op te trekken. Dit past in de geest van de Omgevingswet, waarin participatie wordt bevorderd door minder regels en meer speelruimte. Afbeelding 4: Werken aan waterbewustzijn om (later) waterbewust te handelen (bron: Stichting Rioned)

Rechtspraak bij dit artikel