In de Omgevingswet - Artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving) zijn de wettelijke watertaken van de gemeente opgenomen. Het betreft de zorgplicht stedelijk afvalwater, de zorgplicht hemelwater en de zorgplicht grondwater (zie bijlage 2). Verder hebben we in ons vorige plan een aantal speerpunten opgenomen.
In de planperiode 2019-2024 hebben we flink ingezet op het op niveau houden van de toestand en het functioneren van het systeem. Naast regulier onderhoud hebben we ook diverse onderzoeken uitgevoerd en/of in gang gezet. De onderzoeken betreffen onder andere het actualiseren van het rioleringsmodel, het afkoppelen van verhard oppervlak en de toestand van de riolering. Over het algemeen kan worden gesteld dat we ten aanzien van de zorgplichten stedelijk afvalwater en grondwater in control zijn, maar nog ruimte is voor verdere optimalisatie. Vanwege de grondslag in Bergeijk (zandgrond) zijn rioolverzakkingen nauwelijks aan de orde, dat is een voordeel ten opzichte van gemeenten op slappe bodem. Aandachtspunt is de lozing hemelwater op drukriolering. Hierdoor raken delen overbelast tijdens regenweer, dit is ongewenst. Verder kunnen we meer kennis opdoen over het functioneren van hemelwatervoorzieningen door deze te monitoren.
Om de koers, indien nodig, te kunnen bijstellen of de aandacht te verleggen, blikken we aan de hand van de wettelijke watertaken en speerpunten uit het vorige plan terug op de afgelopen periode. Samengevat bestaat het volgende beeld:
Zorgplicht stedelijk afvalwater
Riolering is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Het beschermt de volksgezondheid en zorgt ervoor dat de bodem en oppervlaktewater niet worden vervuild. Gemeenten hebben wettelijk gezien een zorgplicht afvalwater.
Zorgplicht afvalwater (Omgevingswet, artikel 2.16)
De gemeente draagt de zorg voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater. De Omgevingswet geeft de voorkeur aan om, daar waar het redelijkerwijs mogelijk is, afvalwater bij de bron te zuiveren en het gezuiverde water in het milieu terug te brengen. De wettelijke voorkeursvolgorde is voorkomen, zelf verwerken, afvoeren, lozen.
In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater. We mogen als gemeente samen met het waterschap zelf bepalen wat doelmatig is. Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Voor afvalwater van bedrijfsmatige activiteiten (dat qua samenstelling niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater) en “schoon” afvalwater hebben we geen zorgplicht. Voorbeelden hiervan zijn lozingen van grondwater, koelwater en afvalwater vanuit bodemsaneringen. De gemeente kan desgewenst bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven weigeren als dit ten goede komt van de zuivering.
Al vanaf 2010 verzamelen we samen met Waterschap de Dommel praktijkmetingen over het functioneren van de gemalen, randvoorzieningen, riooloverstorten en de vrij verval riolering. De praktijkmetingen relateren we aan meldingen van onze inwoners (water op straat en werking van de overstorten) om zo inzicht te krijgen in de mogelijke oorzaken van afwijkend systeemgedrag.
Het vuilwatersysteem functioneert overwegend goed. De bijzondere constructies (interne overstorten e.d.) hebben wel eens storing. Met het opstellen van een onderhoudsprogramma is dit te verbeteren, dit is een aandachtspunt. Er is geen afvalwaterakkoord, het waterschap stuurt hier niet actief op. In de afgelopen planperiode hebben zich geen incidenten voorgedaan waardoor er onbedoeld afvalwater in het milieu terecht is gekomen of mensen in direct contact konden komen met afvalwater.
Op een aantal locaties zijn er gemengde overstortlocaties. Ten tijde van langdurige en/of hevige regenval lozen deze overtollig water op oppervlaktewater. Er zijn ter plaatse geen structurele knelpunten in de waterkwaliteit bekend. Volgens Waterschap De Dommel kunnen we met het regionaal uitvoeringsprogramma Kallisto de KRW-doelen 2027 voor ons gebied halen.
Zorgplicht hemelwater
Riolering en stedelijk water zijn ook belangrijk voor een veilige leefomgeving. Het zorgt ervoor dat straten begaanbaar blijven tijdens regenbuien. Als gemeente hebben we een zorgplicht hemelwater.
Zorgplicht hemelwater (Omgevingswet, artikel 2.16)
De gemeentelijke zorg voor hemelwater heeft betrekking op het doelmatig inzamelen en verwerken van afstromend hemelwater van openbaar terrein. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen voor zover de perceeleigenaar kan aantonen dit niet redelijkerwijs te kunnen verwerken (in de bodem of het oppervlaktewater brengen) is afvoer via een gemeentelijke voorziening toegestaan, op kosten van perceeleigenaar of projectontwikkelaar.
Met het periodiek toetsen van de hydraulische afvoercapaciteit houden we grip op het beperken van de kans op wateroverlast. Het hemelwatersysteem functioneert overwegend goed. Dit komt met name omdat er voornamelijk robuuste systemen zijn aangelegd. Hoewel lastig te beoordelen vanwege de grilligheid van neerslag lijkt het afkoppelen een positief effect te hebben gehad op het functioneren.
De ambitie van Waterschap De Dommel is om 15% minder regenwater op de rwzi (rioolwaterzuiveringsinstallatie) aan te bieden in 2027. Wij dragen hieraan bij via afkoppelprojecten en door bij alle projecten (tot en met 2027) gescheiden riolering te realiseren en gemiddeld 50% van het dakoppervlak af te koppelen. Afgekoppeld regenwater verwerken we via infiltratie in de bodem en/of vertraagde afvoer naar oppervlaktewater. Met onze aanpak liggen we eind 2027 met ruim 19% ruim op koers om de ambitie van het waterschap te halen. De omvang van het afgekoppelde verharde oppervlak beschouwen we als een gidsparameter voor de voortgang van ons beleid. Zie ook paragraaf 4.4 (focus op meerwaarde).
Zorgplicht grondwater
Te hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot natte kruipruimten en optrekkend vocht in de woning. Dit kan gezondheidsschade tot gevolg hebben. De afgelopen jaren hebben we echter ook te maken gehad met langdurige perioden van droogte. Hierdoor kan schade ontstaan aan funderingen en gebouwen, aan groenvoorzieningen en mogelijk ook aan infrastructuur. Daarnaast zijn tijdens perioden van droogte aanvullende kosten nodig voor het bewateren van de beplanting. Ook neemt de kans op schade aan de natuur en waterkwaliteitsproblemen toe.
Zorgplicht grondwater (Omgevingswet, artikel 2.16)
De gemeente draagt zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover dit doelmatig is en geen taak van het waterschap of de provincie.
Grondwater heeft in het verleden nauwelijks tot problemen geleid. Dit komt door de geografisch gunstige ligging van onze gemeente. Er is geen sprake van structurele grondwateroverlast. We hebben in de afgelopen periode een nieuw grondwatermeetnet aangelegd om een vinger aan de pols te houden. Dit meetnet bestaat uit 37 peilbuizen. De informatie is digitaal ontsloten richting het BRO (Basis Registratie Ondergrond).
Speerpunt 1: Water robuust en klimaatbestendig
Om inzicht te krijgen in de kwetsbaarheid van onze gemeente met betrekking tot de effecten van klimaatverandering hebben we in 2018 al een klimaatstresstest laten uitvoeren. Deze test levert een eerste globale indruk voor de thema’s overstroming, (grond)wateroverlast, hittestress, opwarming van oppervlaktewater en droogte. Hierbij is de huidige situatie afgezet tegen de te verwachten situatie in 2050. Uit deze stresstest is destijds opgemaakt dat Bergeijk niet gevoelig is voor paalrot of bodemdaling. Wel loopt vegetatie op de relatief hoger gelegen gronden risico op verdroging. Tijdens langdurig warme periodes kan met name stilstaand oppervlaktewater sterk opwarmen. Bij een te hoge watertemperatuur gedijen (ongewenste) exotische planten en dieren, blauwalgen, ziekteverwekkers- en -verspreiders beter. Samengevat leidt klimaatverandering tot een aantal aandachtspunten die bij herinrichting van de bovengrond kunnen worden meegenomen om water robuust en klimaatbestendig te worden. Omdat een groot deel van nog te ontwikkelen terreinen bestaat uit inbreidingen en wat lagergelegen locaties verdienen deze extra aandacht om de kans op wateroverlast in het te ontwikkelen gebied en/of de omgeving te beperken. De klimaatstresstest dient te worden geactualiseerd (om de zes jaar is een gangbare update-frequentie).
Voor wat betreft het stellen van hemelwaterbergingseisen werkt de huidige werkwijze (“Beslisboom en gebiedsfactoren hemelwaterbeleid”). Ontwikkelende partijen nemen de eisen op in de bestemmingsplannen. Concrete praktische adviezen zijn erg effectief gebleken om een water robuuste inrichting te stimuleren. Om eventuele (toekomstige) discussies te voorkomen, is het wenselijk om het hemelwaterbeleid juridisch sterker te gaan verankeren en het begrip doelmatigheid beter te definiëren (wanneer is verwerking op eigen perceel écht niet mogelijk?).
Mooi voorbeeld van een klimaatbestendige (her)inrichting is het project Koperteutenstraat en omgeving. Daar vangen we het hemelwater op in aantrekkelijk vormgegeven wadi’s.
Afbeelding 6: Wadi aan de Koperteutenstraat
Speerpunt 2: Participatie en communicatie
We zijn in Bergeijk proactief op het vlak van stedelijk water en klimaatadaptatie. Participatie en communicatie binnen de FOCUS-projecten verloopt goed. Maar dit is nog onvoldoende bekend bij de buitenwereld. Door kleine en grote successen beter te vieren, straalt dit positief uit. Voor de communicatie buiten de projecten om is er nog een verbeterslag wenselijk. Door het huidige capaciteitsgebrek komt dit nog onvoldoende van de grond.
Doelmatig en duurzaam beheer
In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat het voorgaande VGRP heeft geholpen in de uitvoering en de juiste dingen doen. We hebben eerst de focus gelegd op ‘weten wat we hebben’ en daarna het beheer verder op orde gebracht. Het areaal hebben we beter in beeld. Hierdoor ligt er een goede basis, die we de komende jaren verder kunnen versterken door het databeheerproces verder te optimaliseren en de juiste kennis/expertise in te schakelen. Verder hebben we goede onderhoudscontracten afgesloten en hebben we al een goede slag gemaakt richting integraal beheer.
Ook zijn en blijven we innovatief. Zo hebben we ons als gemeente aangesloten bij de Waterbank en deze al toegepast in een project[1] waarbij het opgeslagen water is gebruikt voor het watergeven van nieuwe aanplant in plaats van grondwater op te pompen. Hiervoor hebben we een innovatief aansluitpunt gemaakt, waardoor tankwagens heel makkelijk de slang aan kunnen koppelen. Ook de brandweer kan met deze koppeling snel bluswater inzetten bij calamiteiten.
Afbeelding 7: Watertappunt her te gebruiken water
Er is periodiek contact tussen waterschap en gemeente, dat werkt goed. Ook de samenwerking rondom vergunningen tussen gemeente en waterschap verloopt soepel. Aandachtspunt zijn de ruimteclaims en grondaankopen. Hier kunnen we elkaar beter vinden als we gezamenlijke doelen stellen en samen hierin keuzes maken. Keersop-Midden is een mooi voorbeeld van samen optrekken (strategische grondaankoop, werk met werk maken). Met de op handen zijnde regionale omgevingstafel (getrokken vanuit de energieregio MRE) ontstaat een plek om al in de initiatieffase grote plannen te bespreken met alle ketenpartners. Daar valt zeker winst te behalen voor borging van het waterbelang. Het waterschap stelt de komende planperiode subsidie beschikbaar om de wisselwerking tussen stedelijk en landelijk gebied beter in beeld te brengen en voor de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie.
Personele en financiële middelen
De laatste jaren is het takenpakket enorm uitgebreid terwijl de formatie niet is meegegroeid en/of andere disciplines een beroep doen op de beschikbare capaciteit. Ook het onderhoud voor bermen, sloten en duikers is tijdelijk ondergebracht bij groen, maar dient later bij water en riolering terug te komen. Verder is het van belang om het toetsingsproces en het toezicht te verbeteren/intensiveren. Door te sturen op kerntaken en capaciteit vrij te maken/te formeren, staat de organisatie beter gesteld voor de toekomstige opgaven (klimaatadaptatie, woningbouw, transities).
In financieel opzicht hebben we het de afgelopen planperiode weten te redden. Maar door de recente prijsontwikkelingen en de wens om projecten een “plus” te geven voor klimaatadaptatie/leefbaarheid, komt de financiële balans steeds verder onder druk te staan. Zo leggen we nu bijvoorbeeld gescheiden riolering aan of passen we de bovengrond aan, maar financieren we dit uit vervangingsbudget. We willen toe naar een situatie waarin we de extra kosten voor scheiden van waterstromen/klimaatadaptatie opnemen in de begrotingscyclus voor projecten vanaf 2028.
Artikel 2.2 Terugblik afgelopen planperiode
Artikel 2.2 Terugblik afgelopen planperiode
Onderdeel van Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2025-2029