Als de navolgende situaties zich voordoen kan een ruimere termijn voor de (her)start van de uitvoering van de vergunde activiteit(en) worden gegund:
persoonlijke omstandigheden zoals ernstige ziekte of overlijden van vergunninghouder of van familie in de eerste lijn die aantoonbaar tot uitstel van het uitvoeren van de vergunde milieuactiviteit hebben geleid;
overbruggingsperiode voor bedrijfsopvolging, ingeval van ziekte of overlijden van vergunninghouder;
ziekte onder het vee;
calamiteiten buiten de schuld van vergunninghouder;
benodigde tijd in verband met omschakeling naar een andere bedrijfsopzet;
het bedrijf kan aantonen dat het deelneemt aan beëindigingsregels.
Deze gevallen dienen duidelijk en gemotiveerd naar voren te worden gebracht in de procedure tot het kenbaar maken van het voornemen tot intrekken van de omgevingsvergunning.
Deze extra termijn wordt naar redelijkheid en naar de concrete voorliggende situatie bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 52 weken. Bij het toekennen van deze extra termijn wordt uitgegaan van de datum waarop de intrekkingsprocedure kan worden gestart, dus minstens 1 jaar (bij urgent/ zwaarwegende belangen) of minstens 3 jaar (bij geen urgente/zwaarwegende belangen) na het onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning.
Als meer dan 2 jaren (bij urgente/ zwaarwegende belangen) of minstens 4 jaar (bij geen urgente/zwaarwegende belangen) zijn verstreken na het tijdstip waarop de vergunning onherroepelijk is geworden, wordt geen extra termijn toegekend.
Artikel 3
Gunnen ruimere termijn voor het uitvoeren van de vergunde milieuactiviteiten
Onderdeel van Beleidsregels intrekken omgevingsvergunningen milieubelastende activiteiten bij veehouderijen gemeente Leudal