Naar hoofdinhoud
De subsidie als bedoeld in artikel 3, onder a betreft een voorschot op basis van de schatting van de aanvrager. Het daadwerkelijke subsidiebedrag wordt achteraf berekend aan de hand van de gemeentelijke kostprijs, het in de opvangovereenkomsten opgenomen aantal uren peuteropvang en of er al dan niet sprake is van kinderopvangtoeslag of een vve-indicatie. De volgende categorieën zijn daarin mogelijk: peuters met een vve-indicatie van wie de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; peuters met een vve-indicatie van wie de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag; peuters zonder vve-indicatie van wie de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; peuters zonder vve-indicatie van wie de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag. In een aparte bijlage ‘Opbouw kostprijs peuteropvang’ wordt de gemeentelijke kostprijs per uur peuteropvang en per categorie beschreven. Deze bijlage maakt deel uit van deze regeling. De maximale hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b. bedraagt 10% van het laatst definitief vastgestelde subsidiebedrag als bedoeld in het vorige lid of op grond van de subsidieregeling peuteropvang gemeente Assen (voorloper van deze subsidieregeling). De subsidie als bedoeld in artikel 3, onder c betreft een voorschot op basis van de schatting van de aanvrager. Het daadwerkelijke subsidiebedrag wordt achteraf berekend aan de hand van het aantal peuters van tweeënhalf tot vier jaar met een vve-indicatie op 1 januari van het betreffende subsidiejaar en waarvan een overeenkomst tussen de aanvrager en de ouder(s) van de peuter bestaat. Voor het aantal te subsidiëren uren wordt het in de vorige volzin bedoelde aantal peuters vermenigvuldigt met tien uur. (De norm van tien uur betreft een rekenregel. Het totaal aantal uren per locatie mag binnen die locatie naar eigen inzicht ingezet worden voor kwaliteitsverhoging van de voorschoolse educatie. De werkzaamheden van de pedagogisch beleidsmedewerker in de VE hoeven niet één op één te herleiden zijn naar 10 uur per peuter.) Het aantal te subsidiëren uren wordt vermenigvuldigd met een uurtarief. Het college stelt jaarlijks voor 15 oktober de bijlage als bedoeld in het eerste lid en het uurtarief als bedoeld in het derde lid vast. Bij het bepalen van het uurtarief wordt in principe aangesloten bij de CAO Kinderopvang, tenzij het college anders bepaalt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel