1. Indien de dagelijkse werktijd van de ambtenaar op de dag waarop overwerk
moet worden verricht, met ten minste twee overwerkuren wordt verlengd en het
dienstbelang naar het oordeel van het bevoegd gezag dientengevolge niet
toelaat, dat hij zijn maaltijd op de hiervoor bestemde tijd op de voor hem
gebruikelijke plaats nuttigt, gelden de in de volgende leden vermelde
regelen.
2. Aan de ambtenaar wordt zo mogelijk een maaltijd van gemeentewege
verstrekt, met dien verstande, dat indien hij hiervoor heeft moeten betalen,
hem de gemaakte kosten worden vergoed tot ten hoogste het bedrag van de
vergoeding berekend op de voet van het derde lid, onder a.
3. Indien een voorziening als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is,
ontvangt de ambtenaar:
die aantoonbaar een maaltijd in een daarvoor bestemde gelegenheid
heeft genuttigd en betaald, een vergoeding gelijk aan de werkelijk
gemaakte kosten tot ten hoogste een bedrag gelijk aan de vergoeding
voor een avondmaaltijd bij dienstreizen (dinercomponent) ingevolge
het Reisbesluit binnenland;
die niet aantoonbaar een maaltijd in een daarvoor bestemde
gelegenheid heeft genuttigd en betaald een vergoeding gelijk aan het
bedrag voor kleine uitgaven (dagcomponent) bij dienstreizen
ingevolge het Reisbesluit binnenland