Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 32.

Ingang, wijziging, verlenging, uitbreiding en intrekking bevelen

Onderdeel van Beleidsregels aanpak overlast gemeente Vlaardingen 2024

1.. Een bevel gaat in beginsel in op het tijdstip van invrijheidstelling als de persoon rechtens van zijn vrijheid is beroofd. In andere gevallen gaat zij in op het moment van uitreiking. Als er nog een gebiedsverbod loopt, dan gaat een nieuw gebiedsverbod in op het tijdstip waarop een lopend gebiedsverbod eindigt. 2.. De bevelen onder I tot en met V mogen worden gewijzigd of verlengd ten nadele van betrokkene indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het bevel kan ten gunste van de betrokkene wijzigen als nieuwe feiten en omstandigheden daar aanleiding toe geven. Onder deze nieuwe feiten en omstandigheden valt ook het overtreden van het bevel. Met dien verstande dat een overtreding van het bevel niet de enige grondslag is voor de verlenging. Het overtreden van het bevel kan wel onderdeel uitmaken van de onderbouwing voor verlenging, maar daarnaast moet altijd de ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde worden aangetoond. 3.. De maatregelen mogen worden verlengd of uitgebreid ten nadele van de betrokkene, indien uit nieuwe feiten en omstandigheden blijkt dat er hernieuwde vrees is voor het verstoren van de openbare orde. Deze vrees kan (ook) worden afgeleid uit ordeverstorende gedragingen in andere gebieden dan het gebied waarvoor het verbod geldt. De plaats waar het ordeverstorende gedrag plaatsvond is niet bepalend voor het gebied waarvoor de maatregel wordt opgelegd. De maatregel kan, gelet op de druk op de openbare orde op een bepaald gebied en gelet op de mobiliteit van (jeugd)groepen, tegelijkertijd voor meerdere gebieden in een gemeente gelden. 4.. Bij het verlengen van een maatregel, terwijl de termijn van een eerder opgelegde maatregel nog niet is verstreken, gaat de nieuwe maatregel pas in na afloop van de termijn van de eerder opgelegde maatregel. 5.. Anderzijds is er de mogelijkheid om een maatregel op te leggen voor vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden. Verlengen van deze maatregel is niet mogelijk. 6.. Het bevel wordt ingetrokken zodra het niet langer nodig is ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde, maar ook wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten.

Rechtspraak bij dit artikel