**1..** In de gevallen waar (nog) geen sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde of van een herhaaldelijk verstoring van de openbare orde, ligt optreden op grond van de APV voor de hand.
**2..** In een acute situatie waarin relschoppers bijvoorbeeld de openbare orde bij een evenement ernstig verstoren, biedt de Gemeentewet weinig tot geen mogelijkheden om direct op te treden tijdens hetzelfde evenement om zo de openbare orde en veiligheid van bezoekers te waarborgen. Hierdoor blijven de strafrechtelijke aanhouding, de APV (bestuurlijk ophouden, wijkverboden etc.), de noodrechtbevoegdheden (artikelen 172 en 175-177a Gemeentewet) de meest geëigende bevoegdheden.
**3..** Naast de in deze beleidsregels beschreven bevoegdheden, beschikt de burgemeester over de zogenaamde ‘lichte bevelsbevoegdheid’, omschreven in artikel 172, derde lid, Gemeentewet. Dit houdt in dat de burgemeester bevoegd is bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, bevelen te geven die noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde. Dit biedt de burgemeester de bevoegdheid om in acute (overlastgevende) situaties, of bij verstoringen van de openbare orde op te treden en de bevelen (o.a. verwijderingsbevel) te geven die hij nodig acht. De wetgever heeft deze bevoegdheid in het leven geroepen voor situaties waarin de geldende regelgeving, waaronder lokale regelgeving, geen voorziening bevat voor een concreet openbaar ordeprobleem en waar snel ingrijpen is vereist.
Hoofdstuk
Artikel 35.
Samenhang bevelsbevoegdheden APV en Gemeentewet
Onderdeel van Beleidsregels aanpak overlast gemeente Vlaardingen 2024