Naar hoofdinhoud
Een aantal ontwikkelingen is van invloed op de wijze waarop we de vergunningverlening, toezicht en handhaving organiseren. De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zijn belangrijke kaders waarbinnen wij onze taken gaan uitvoeren. We werken op basis van de principes van deze wetgeving. Mochten de ontwikkelingen aanleiding geven voor het actualiseren van deze U&H-strategie dan voeren we deze uit. Omgevingswet De Omgevingswet is een nieuwe wet die veel wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving vervangt. Bijvoorbeeld de Wro, Wabo en Tracéwet maar ook alle gemeentelijke infrastructuur, water en gemeentelijke regelgeving, zoals in de APV, die ruimtelijke aspecten hebben. Het doel is om de wettelijke kaders voor inwoners, bedrijven en overheden inzichtelijker te maken en ontwikkeling en beheer van de fysieke leefomgeving beter beheersbaar te maken. Ook de Wet Natuurbescherming (2017), is in de Omgevingswet opgenomen. Met de Omgevingswet zal aandacht zijn voor minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven, lokaal maatwerk en vertrouwen als uitgangspunt. Het doel van een initiatief in de fysieke leefomgeving moet centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’ De Omgevingswet verplicht bestuurders integrale plannen te maken waarin de diverse belangen in onderlinge samenhang worden beschouwd. De impact van de Omgevingswet voor ons betekent onder andere het volgende: nagenoeg alle vergunningprocedures in 8 weken behandelen; omgevingsplan vraagt om participatie en afweging bij de planvorming: bestuurlijke afwegingsruimte ontstaat; door duidelijke plannen is inzichtelijker wat wel en niet kan en zijn mogelijk minder vergunningen nodig; andere rollen binnen gemeente: begeleiden bij participatie, partijen bij elkaar brengen; meer maatwerk, immers bij minder regels vergen de besluiten een goede afweging en onderbouwing; taakvelden worden integraal samengevoegd: meer (keten)samenwerking; processen worden straks nog meer dan nu geïnitieerd door inwoners en bedrijven en vragen om integrale afhandeling; gedrag en cultuurverandering: competenties als oplossingsgericht denken, helicopterview en samenwerken worden belangrijker; transparantie van informatievoorziening. Alle digitale informatie is op één plek te vinden, het nieuwe Omgevingsloket. Via dit loket kunnen initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel zien wat mag in de fysieke leefomgeving. De inwoner, ondernemer beschikt daarmee over dezelfde informatie als de overheid. Op het eerste gezicht verandert er onder de Omgevingswet juridisch gezien weinig op het terrein van toezicht en handhaving. De handhavingsinstrumenten blijven dezelfde en staan grotendeels in de Algemene wet bestuursrecht. Ook de bijzondere bepalingen in de Omgevingswet zijn gebaseerd op hoofdstuk 5 van de huidige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Uitgaande van het beoogd resultaat van de Omgevingswet, waarbij er minder vergunningen en meer zorgplichten en algemene regels zijn, verschuift het toetsmoment van het bevoegd gezag wel van meer vooraf naar een toets achteraf. Juridisch betekent dat een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. De Omgevingswet brengt een ommekeer in de manier waarop het ruimtelijk domein wordt ingericht. Uitnodigen van initiatiefnemers in plaats van toelaten is daarbij het uitgangspunt. De wet heeft nieuwe instrumenten, gewijzigde procedures en veel mogelijkheden voor maatwerk om nieuwe ontwikkelingen op gang te brengen. Basisgedachte daarbij is om samen met initiatiefnemers en betrokkenen te werken aan ruimtelijke ontwikkelingen. We werken aan de implementatie van de Omgevingswet. Dat doen we door het vaststellen van de instrumenten, de omgevingsvisie en later het omgevingsplan. De omgevingsvisie beschrijft hoe we op de lange termijn omgaan met de leefomgeving: denk aan wonen, verkeer & vervoer, water, milieu, natuur, landbouw, gezondheid en cultureel erfgoed. Het omgevingsplan bevat informatie over de buitenomgeving. Denk aan regels voor (vergunningvrij) bouwen, evenementen, kappen van bomen of de aanleg van uitwegen. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Met de privatisering van de “technische” bouwplantoets en het bouwtoezicht daarop zetten we een volgende stap om de verantwoordelijkheid bij de markt te beleggen. Het doel van deze wet is het verbeteren van de kwaliteitsborging voor het bouwen en het versterken van de positie van de bouwconsument. De invoeringsdatum is gekoppeld aan de Omgevingswet. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de gemeente de toezichts- en handhaving processen bij bouwactiviteiten ook hebben aangepast aan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Het gaat om de inrichting van processen, de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en de juridische en inhoudelijke aspecten. De gemeente toetst niet meer inhoudelijk aan bouwtechnische voorschriften, maar controleert of de opdrachtgever werkt met een toegelaten, bij de bouwactiviteit passend instrument en een onafhankelijke kwaliteitsborger. Ook controleert de gemeente of alle specifieke risico's voor dat bouwproject In de risicobeoordeling in kaart zijn gebracht en in het borgingsplan zijn vastgelegd. Mocht toezicht en handhaving nodig zijn, dan biedt de Wkb in aanvulling op de Algemene wet bestuursrecht verschillende handvatten om te kunnen beschikken over de noodzakelijke informatie. Dit alles vraagt een aanzienlijk aantal wijzigingen in processen competenties en informatievoorziening die de gemeente voor de inwerkingtreding van dit nieuwe stelsel moet implementeren. Gemeentelijk beleid De doelstellingen in deze U&H-strategie zijn sterk gerelateerd aan bestaand gemeentelijk beleid dat zich direct of indirect richt op kwaliteit van de leefomgeving. Specifiek beleid prevaleert op het algemeen beleid.

Rechtspraak bij dit artikel