1. De bestuursorganen die zijn belast met de uitvoerings- en handhavingstaak stellen een uitvoerings- en handhavingsstrategie vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht.
Naast een meerjarige strategie, eist de wet ook jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en evaluaties die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen uit de meerjarige strategie. Deze beleidscyclus staat bekend als de ‘BIG EIGHT’-cyclus. Aan de hand van de ‘BIG 8’ zijn de volgende zeven stappen in het beleidsproces te onderscheiden:
De U&H-strategie is onderdeel van de ‘BIG 8’-beleidscyclus. De wettelijke criteria hebben betrekking op sec de uitvoering van de VTH taken.
Strategisch beleidskader: U&H-strategie
De U&H-strategie vormt samen met de regionale U&H-strategie binnen deze cyclus het strategisch beleidskader (Deze U&H strategie is in samenwerking met Assen, Tynaarlo en Aa en Hunze opgesteld.) Tevens zijn onze beleidskaders en die van de Omgevingsdienst Drenthe op elkaar afgestemd.). De strategie is gebaseerd op een probleem- en risicoanalyse en bevat onder meer doelen, strategieën en afspraken over samenwerking. De periode waarop de strategie betrekking heeft, is niet voorgeschreven. In deze U&H-strategie wordt voor de lokale beleidstaken gekozen voor een periode van 4 jaar. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen en de bijbehorende uitvoering in deze nieuwe context bestaat de mogelijkheid dat eerder bijstelling nodig wordt. Indien die noodzaak niet opkomt kan de strategie ook worden verlengd.
Operationeel beleidskader: het uitvoeringsprogramma
We werken op basis van een jaarlijks uitvoeringsprogramma dat ter vaststelling aan het college van burgemeester en wethouders wordt aangeboden. In het uitvoeringsprogramma worden zowel de doelstellingen als de prioriteiten verder uitgewerkt en als concrete activiteiten benoemd, inclusief de capaciteit die daar bij hoort. Vertrekpunt is de bestaande capaciteit.
Voorbereiden en uitvoeren: de uitvoeringsorganisatie
Onze organisatie is zodanig ingericht dat een adequate en effectieve uitvoering van de VTH-taken gewaarborgd is en de mogelijkheid blijft om aan te passen. Hiervoor zijn ten minste geborgd:
Personeelsformatie, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
Scheiding ten aanzien van vergunningverlening en toezicht & handhaving;
Bereikbaarheid buiten kantooruren;
Werkprocessen, procedures ten aanzien van de uitvoering van vergunningverlenings- en handhavingstaken ten toezien op het werken conform vastgestelde processen;
Financiële middelen.
De uitvoeringsorganisatie wordt toegelicht in hoofdstuk 6.
Monitoring
We werken volgens de systematiek van monitoring van processen, resultaten en de effecten hiervan. Hiermee wordt bepaald of doelstellingen worden behaald en vindt bijstelling van doelen en prioriteitstelling plaats. Voor het monitoren van het effect van vergunningverlening en handhaving zijn waar mogelijk doelen en maatregelen (indicatoren) benoemd. Deze maatregelen sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld over in hoeverre doelstellingen behaald worden.
Rapportage en evaluatie
Een gedegen verantwoording maakt het mogelijk de efficiëntie en effectiviteit van het gevoerde beleid te beoordelen en waar nodig bij te sturen. Verantwoording vindt plaats met het jaarverslag VTH, waarbij gerapporteerd wordt over de in het uitvoeringsprogramma VTH geplande en uitgevoerde activiteiten. Het jaarverslag wordt bestuurlijk vastgesteld. Geconcludeerd wordt of de bestuurlijk wenselijke situatie aanwezig is. Eventuele aanpassingen of bijstellingen worden opgenomen in het VTH-uitvoeringsprogramma voor de daaropvolgende jaren.
Onder de Omgevingswet is sprake van een tweede beleidscyclus. Deze kent een vergelijkbare opzet (Plan, Do, Check, Act). Het verschil zit in het feit dat die cyclus betrekking heeft op de doelen ten aanzien van de fysieke leefomgeving, zoals per gemeente vervat in een Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma en in de regelgeving uitgewerkt in het Omgevingsplan en Omgevingsvergunning. Het is veel meer omvattender. VTH taken zijn in die cyclus te definiëren als één van de mogelijk in te zetten instrumenten.
De U&H-strategie legt het minimaal te voeren (kwaliteits-)niveau vast, zoals de Omgevingswet, waarin de vigerende kwaliteitscriteria integraal zijn overgenomen, dat voor de VTH taken vereist. Een van de doelstellingen voor het bundelen van omgevingsrechtregels in de Omgevingswet is om de dienstverlening te verbeteren. Het realiseren van de verbeter- en maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheden. Het vraagt om een goede en uniforme borging van de uitvoeringskwaliteit.
Via de Invoeringswet Omgevingswet is de huidige regelgeving over VTH uit de Wabo opgenomen in afdeling 18.3 (Kwaliteitsbevordering en afstemming uitvoering en handhaving) van de Omgevingswet. Deze afdeling vindt zijn oorsprong in paragraaf 5.2 van de Wabo.
Er zijn regels over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken:
Artikel 18.20 beschrijft een zorgplicht voor in principe alle VTH-taken van het bevoegd gezag. Het artikel laat open hoe bevoegd gezagen dit invullen. Een optie is om dit via een verordening te doen.
Artikel 18.23 gaat over de taken die onder het basistakenpakket vallen. Hiervoor geldt dat het kwaliteitsniveau via een verordening moet vastliggen. Omdat deze taken verplicht zijn ondergebracht bij omgevingsdiensten moeten ook zij afspraken maken over de formulering van de kwaliteitscriteria.
De kwaliteitscriteria blijven dus ook met de invoering van de Omgevingswet van toepassing.
Het belangrijkste in deze U&H-strategie is kwaliteit. In de regio Drenthe hebben alle bevoegde gezagen de 'Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’ vastgesteld. Deze verordening geeft uitvoering aan de wettelijke opdracht uit de wet VTH om regels te stellen aan de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het Omgevingsrecht. Deze verordening is van toepassing verklaard op de taken die de omgevingsdienst uitvoert. Dit betekent dat het minimumkwaliteitsniveau voor de overgedragen taken is vastgesteld. De gemeente Noordenveld heeft daarmee de verplichting om te voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria en om de kwaliteitsdoelstellingen nader uit te werken. De kwaliteitsdoelstellingen zijn: uitvoeringskwaliteit, dienstverlening en financiën. Een nadere uitwerking van deze doelen is terug te vinden in hoofdstuk 3.
De U&H-strategie heeft een doorlooptijd van 4 jaar en wordt aangepast als de ontwikkelingen hierom vragen. Dit vraagt om ervaring op te doen, hiervan te leren en bij te stellen. Het gebruik van de beleidscyclus is hierbij leidend.
De uitwerking in deze U&H-strategie is gebaseerd op de Omgevingswet.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.1
Artikel 13.5