Het orgaan dat de verplichting tot geheimhouding oplegt (college, burgemeester, raad of commissie) is bevoegd geheimhouding op te heffen.
Als een commissie geheimhouding heeft opgelegd, is naast deze commissie ook de raad of het college (afhankelijk van wie de commissie heeft ingesteld) bevoegd tot opheffing van de geheimhouding.
Zodra het college of de burgemeester informatie met de raad heeft gedeeld, is de raad exclusief bevoegd deze geheimhouding op te heffen.
Het college of de burgemeester kan op eigen initiatief de raad een voorstel doen tot (gedeeltelijke) opheffing van de opgelegde geheimhouding op informatie.
Op basis van een initiatiefvoorstel van één of meer raadsleden, of op voorstel van het presidium, kan de raad besluiten om de geheimhouding die krachtens artikel 87 of artikel 89 lid 4 Gemw is opgelegd of die krachtens artikel 23, lid 4 Gemw van rechtswege geldt (gedeeltelijk) op te heffen. Een dergelijk besluit wordt bij voorkeur in een openbare raadsvergadering genomen. Het voorstel tot opheffing van geheimhouding is openbaar.
Voordat wordt overgegaan tot opheffing van geheimhouding zoals genoemd in lid 5, overlegt de griffier met het college of de burgemeester over het voornemen. Mocht na het overleg blijken dat er behoefte is aan overleg hierover, dan overlegt de griffier over de te volgende route.
Als de raad of commissie de geheimhouding op hetgeen is besproken opheft, dan worden de geluidsopname en de besluitenlijst ook openbaar gemaakt.
Hoofdstuk 5:
Artikel 16:
Opheffen geheimhouding
Onderdeel van Protocol geheimhouding gemeente Molenlanden 2024