Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

De functiebeschrijving

Onderdeel van Regeling organieke functiewaardering 2006

Op aanwijzingen van de algemeen directeur stelt het afdelingshoofd een concept-functiebeschrijving op. Hij kan zich daarbij laten bijstaan door een functiedeskundige. De concept-functiebeschrijving wordt besproken met de betreffende ambtenaar. Naar aanleiding van deze gesprekken past het afdelingshoofd zo nodig de concept-functiebeschrijving aan. Daarna levert het afdelingshoofd het (definitieve) concept na ondertekening in bij de algemeen directeur, tezamen met de eventuele schriftelijke opmerkingen van de betrokken ambtena)r(en). Deze laatste(n) tekent (tekenen) het concept voor ‘gezien’. Indien één of meer van de in artikel 3, lid 3 genoemde personen de concept-functiebeschrijving niet juist en/of niet volledig acht, wordt in overleg met betrokkene(n) getracht tot overeenstemming te komen. Wordt deze overeenstemming niet bereikt, dan wordt de concept-functiebeschrijving door het afdelingshoofd voorgelegd aan de algemeen directeur met de zienswijze van betrokkene(n). De algemeen directeur adviseert het college met betrekking tot de taakinhoud. Indien de algemeen directeur instemt met de concept-functiebeschrijving zoals die is opgesteld door het afdelingshoofd, tekent hij voor akkoord. De algemeen directeur legt de concept-functiebeschrijving ter vaststelling voor aan het college. Het college stelt de functiebeschrijving vast. Deze beslissing wordt meegedeeld aan degene, die de functiebeschrijving in concept heeft opgesteld, het afdelingshoofd, de betrokken ambtena(a)r(en) en de functiedeskundige. Nadat de vastgestelde functiebeschrijving een onaantastbaar besluit is geworden wordt aan de functiedeskundige de functiebeschrijving voor een concept-waarderingsadvies voorgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel