Er is een bezwarencommissie, gebaseerd op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht,
waarvan de leden door burgemeester en wethouders worden benoemd. De
bezwarencommissie is samengesteld uit:
een extern lid, voorgedragen door het college;
een extern lid, voorgedragen door de centrales van
overheidspersoneel;
een voorzitter aan te wijzen door de onder a en b genoemde
leden;
een functiedeskundige, niet zijnde de functiedeskundige,
bedoeld in artikel 6,lid 2, kan als adviseur zonder
stemrecht worden toegevoegd;
elk lid van de bezwarencommissie kan door de voordragende
instantie een plaatsvervangend lid worden aangewezen.
Het
van de bezwarencommissie is onverenigbaar met het
lidmaatschap van de waarderingscommissie. Het
secretariaat
de bezwarencommissie wordt vervuld door een ambtenaar van de
afdeling Personeel en Organisatie.
De taak van de bezwarencommissie bestaat uit:
toetsen of de vastgestelde functiewaardering op een correcte
wijze tot stand is gekomen conform de procedures ingevolge
de vastgestelde regeling functiewaardering;
toetsen van de vastgestelde functiewaardering; De
bezwarencommissie kan haar werkwijze vastleggen in een
reglement.
Indien de ambtenaar die de functie vervult het niet eens is met de
vastgestelde functiewaarderingsuitslag, kan hij dat in een
bezwaarschrift kenbaar maken bij het college binnen zes weken na
schriftelijke bekendmaking van die uitslag.
Het college legt het bezwaarschrift ter behandeling voor aan de
bezwarencommissie. Zij stelt de in artikel 7, lid 8 genoemde functionarissen van het
bezwaar op de hoogte.
De bezwarencommissie behandelt een bezwaarschrift in voltallige
vergadering.
Tenminste 10 dagen voor de behandeling van een bezwaarschrift worden
alle daarop betrekking hebbende stukken door de secretaris van de
bezwarencommissie aan de leden en eventueel de plaatsvervangende
leden toegezonden. De stukken worden tevens toegezonden aan de
indiener van het bezwaarschrift en op verzoek van de indiener aan
zijn raadsman. Voor de overige in artikel 7,lid 8 bedoelde functionarissen worden de
stukken ten minste één week voor het horen ter inzage gelegd, indien
zij door de bezwarencommissie voor de hoorzitting worden
uitgenodigd.
De vergaderingen van de bezwarencommissie zijn niet openbaar. De
leden zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen uit de
stukken of de beraadslagingen bekend is geworden.
De bezwarencommissie hoort niet alleen de indiener van het
bezwaarschrift en het bestuursorgaan, maar ook indien zij zulks
wenselijk acht en/of op verzoek:
de andere ambtena(a)r(en) die de functie uitvoert/uitvoeren
c.q. moet/moeten uitvoeren;
het afdelingshoofd.
De bezwarencommissie zal de functie in de volle omvang bezien; zij
zal zich niet beperken tot het gezichtspunt waartegen bezwaar is
ingediend. Indien wordt overwogen te adviseren de waardering voor
een niet-bestreden gezichtspunt te verlagen, stelt zij in elk geval
de indiener van het bezwaarschrift en het bestuursorgaan in de
gelegenheid hierover hun zienswijze naar voren te brengen. Tevens
stelt zij de indiener van het bezwaarschrift in de gelegenheid het
bezwaarschrift in te trekken.
De bezwarencommissie draagt er zorg voor dat het advies zo tijdig
wordt vastgesteld en uitgebracht, dat het college kan beslissen
binnen de termijn als bedoeld in artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht. Zij
stelt haar advies bij meerderheid van stemmen vast. Indien het
advies niet unaniem is, wordt ook het minderheidsadvies
vermeld.
Indien de bezwarencommissie van mening is, dat de bestreden
functiewaardering procedureel niet op een correcte wijze tot stand
gekomen is, heeft het advies voor het college een bindend karakter.
Indien de bezwarencommissie een inhoudelijk advies uitbrengt, kan
het college daarvan gemotiveerd afwijken.