Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Mogelijkheid tot het maken van bezwaar

Onderdeel van Regeling organieke functiewaardering 2006

Er is een bezwarencommissie, gebaseerd op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de leden door burgemeester en wethouders worden benoemd. De bezwarencommissie is samengesteld uit: een extern lid, voorgedragen door het college; een extern lid, voorgedragen door de centrales van overheidspersoneel; een voorzitter aan te wijzen door de onder a en b genoemde leden; een functiedeskundige, niet zijnde de functiedeskundige, bedoeld in artikel 6,lid 2, kan als adviseur zonder stemrecht worden toegevoegd; elk lid van de bezwarencommissie kan door de voordragende instantie een plaatsvervangend lid worden aangewezen. Het van de bezwarencommissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de waarderingscommissie. Het secretariaat de bezwarencommissie wordt vervuld door een ambtenaar van de afdeling Personeel en Organisatie. De taak van de bezwarencommissie bestaat uit: toetsen of de vastgestelde functiewaardering op een correcte wijze tot stand is gekomen conform de procedures ingevolge de vastgestelde regeling functiewaardering; toetsen van de vastgestelde functiewaardering; De bezwarencommissie kan haar werkwijze vastleggen in een reglement. Indien de ambtenaar die de functie vervult het niet eens is met de vastgestelde functiewaarderingsuitslag, kan hij dat in een bezwaarschrift kenbaar maken bij het college binnen zes weken na schriftelijke bekendmaking van die uitslag. Het college legt het bezwaarschrift ter behandeling voor aan de bezwarencommissie. Zij stelt de in artikel 7, lid 8 genoemde functionarissen van het bezwaar op de hoogte. De bezwarencommissie behandelt een bezwaarschrift in voltallige vergadering. Tenminste 10 dagen voor de behandeling van een bezwaarschrift worden alle daarop betrekking hebbende stukken door de secretaris van de bezwarencommissie aan de leden en eventueel de plaatsvervangende leden toegezonden. De stukken worden tevens toegezonden aan de indiener van het bezwaarschrift en op verzoek van de indiener aan zijn raadsman. Voor de overige in artikel 7,lid 8 bedoelde functionarissen worden de stukken ten minste één week voor het horen ter inzage gelegd, indien zij door de bezwarencommissie voor de hoorzitting worden uitgenodigd. De vergaderingen van de bezwarencommissie zijn niet openbaar. De leden zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen uit de stukken of de beraadslagingen bekend is geworden. De bezwarencommissie hoort niet alleen de indiener van het bezwaarschrift en het bestuursorgaan, maar ook indien zij zulks wenselijk acht en/of op verzoek: de andere ambtena(a)r(en) die de functie uitvoert/uitvoeren c.q. moet/moeten uitvoeren; het afdelingshoofd. De bezwarencommissie zal de functie in de volle omvang bezien; zij zal zich niet beperken tot het gezichtspunt waartegen bezwaar is ingediend. Indien wordt overwogen te adviseren de waardering voor een niet-bestreden gezichtspunt te verlagen, stelt zij in elk geval de indiener van het bezwaarschrift en het bestuursorgaan in de gelegenheid hierover hun zienswijze naar voren te brengen. Tevens stelt zij de indiener van het bezwaarschrift in de gelegenheid het bezwaarschrift in te trekken. De bezwarencommissie draagt er zorg voor dat het advies zo tijdig wordt vastgesteld en uitgebracht, dat het college kan beslissen binnen de termijn als bedoeld in artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht. Zij stelt haar advies bij meerderheid van stemmen vast. Indien het advies niet unaniem is, wordt ook het minderheidsadvies vermeld. Indien de bezwarencommissie van mening is, dat de bestreden functiewaardering procedureel niet op een correcte wijze tot stand gekomen is, heeft het advies voor het college een bindend karakter. Indien de bezwarencommissie een inhoudelijk advies uitbrengt, kan het college daarvan gemotiveerd afwijken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel